| 2525/ home | Francisco van Jole |
|
|
Chartres - Geluk is vaak iets van vroeger. |
LIVE WEBCAM:![]() STEMMING: WEBFORUM: "En wat vind je er zelf van?" BIO 2525 POPULAIR: 1 - Internet-Sensatie 2 - Cam@Rotterdam 3 - Het Rijk der Fabelen 4 - De Anti-pagina's 5 - Piet Heyn ![]() HET UITZICHT ARCHIEF HOME 3.0 (1998) HOME 2.0 (1997) HOME 1.0 (1996) BEZOEKERS: (sinds 3-9-1999) HELP 2525
|
Deze week in 2525 / nieuwsgids: Net wint verkiezingen (niet) ; Gevallen vrouw; Wurgsex; Voyeurisme en nog veel meer. Lezen? Klik hier. REMMEN 16 november "Heb je nog wel eens contact met N.?" vraagt K. terwijl hij me een glas bier aanreikt in een feestelijk opgetuigde zaal vol roezemoezende mensen. Ik geef niet meteen antwoord. N. is iemand in wie ik ooit onterecht veel vertrouwen stelde. Mijn blik dwaalt af naar de massa om ons heen. Ik zie de monden bewegen, de verkeerde stropdas-overhemd combinaties, de pakken die er beter uitzagen toen ze zich nog aan de kledinghangers bevonden, de talloze in zakken gestoken handen als een soort manifestatie van virtuele nonchalance, de op niets gebaseerde blijheid en zelfverzekerdheid die van de gezichten afstraalt. In deze wereld is vertrouwen een begrip dat niet veel voorstelt. Dan kijk ik K. aan, neem een slok bier. "Laat ik het zo zeggen: als ik hem ooit zie oversteken zal ik niet remmen." K. lacht impulsief met de guitige lach die als een handelsmerk zijn gezicht siert. Vervolgens treffen onze ogen elkaar een seconde langer dan bij dit soort gesprekken gebruikelijk is en betrekt zijn gezicht. "Echt?" Een zomernacht in de stad. Het verlaten asfalt ademt nog de hitte van de voorbije dag. J. nadert op haar fiets een groot verkeersplein dat in alle stilte bij ligt te komen van het geraas dat het de hele dag heeft ondergaan. Ze trapt voort, in gedachten verzonken, op weg naar huis. De riem van een tas omklemt haar ranke figuur, de warme lucht speelt door haar donkere haren, glijdt langs haar zachte wangen. Een week eerder had ik haar voor het eerst ontmoet en was verdronken in haar bruine ogen. Beiden aan het eind van onze toenmalige relatie troffen we elkaar als overwerkers laat op de avond in een voor de rest leeg gebouw. We raakten aan de praat, koetjes en kalfjes transformeerden met het verstrijken van de tijd tot een gedachtenwisseling die met de minuut intiemer werd. Blikken die elkaar vangen, dan weer snel ontwijken, om dan weer snel te zoeken, te vinden. Lachen om niets, fluisteren, tot het punt dat we zonder iets te zeggen ons afvroegen waar we zouden slapen. Maar de zon kwam op terwijl we ons verpoosden, het werk schreeuwde noodkreten en ik moest die nieuwe dag op vakantie vertrekken. Later was beter. Plotseling klinkt door de nacht en over het verlaten plein het gegil van autobanden die te hard een bocht in worden gedwongen. J. mindert vaart en ziet van rechts twee felle koplampen aanstormen, voortgejaagd door een volledig ingedrukt gaspedaal. Ze mindert vaart, stopt, nog niet halverwege het plein. Maar in plaats van dat de auto met een boog om haar heen gaat, stormt hij recht op haar af. Er volgt een klap. De bumper beukt in op haar fiets, de koplamp scheurt haar gezicht aan flarden, bloed kleurt het asfalt in angstaanjagend tempo rood. Bij thuiskomst van vakantie, twee weken later, bel ik met een goede vriend en collega. Na een kwartier uitwisselen van wederwaardigheden zegt hij, onkundig van de vlinders in mijn buik: "O ja, wat er ook nog gebeurd is, dat meisje J., je kent haar geloof ik wel, die is door een auto overhoop gereden." Al het geluid valt weg. Mijn knokkels worden wit en mijn mond droog. Acht maanden later. J. en ik nemen plaats in een kale spreekkamer. Tegenover ons zit een officier van justitie, een man van in de vijftig die vermoedelijk al op z'n zestiende alle hoop op een carriere heeft laten varen. Op tafel voor ons liggen de foto's van de verkeerspolitie en een situatieschets. "Hij zegt dat hij u niet zag omdat u zonder licht reed." "Dat is niet zo. Mijn licht brandde wel," reageert J. "Ja, maar uw fiets is te zeer vernield om dat nog te achterhalen." "Maar hij reed op een stuk weg waar hij niets te zoeken had. Hij sneed de bocht af!" roep ik. "Dat kunnen we niet bewijzen." De officier begint een verhandeling over de vervolgbaarheid van verkeersmisdrijven. Of eigenlijk de onmogelijkheid daarvan. Over bewijslast en stille getuigen. "Door dat remsysteem ABS zien we nauwelijks nog remsporen om de snelheid vast te stellen." Iedere tegenwerping voert hij af. De automobilist heeft J. inmiddels aansprakelijk gesteld voor de schade die hij heeft opgelopen. Een kafkaeske, omgekeerde, situatie die het bloed doet koken. Conclusie: We kunnen niets doen. Als de officier van justitie klaar is met het etaleren van zijn onmacht die ruikt naar onwil, geef ik hem een hand en zeg: "Dank u wel, u heeft me net uitgelegd hoe ik met dit soort met mensen moet afrekenen. Ik kan ze gewoon zonder enig gevolg overhoop rijden." Zijn gezicht wordt wit. "Dat is niet de bedoeling, dat mag niet." "Ik weet het, maar u laat me weinig keus." K. houdt het glas bier halverwege zijn mond. Verbazing straalt uit zijn ogen. "Dat meen je toch niet?" "Dat meen ik wel. Sterker nog, ik heb dat wel eens eerder gedaan." Commentaar? 2525 / webforum PS: er zijn nieuwe banners. Linken naar dit verhaal of deze foto? Gebruik dan deze url. |