| 2525/ home | Francisco van Jole |
|
|
Antwerpen - Museum Plantin-Moretus. |
LIVE WEBCAM:![]() STEMMING: WEBFORUM: "En wat vind je er zelf van?" BIO 2525 POPULAIR: 1 - Internet-Sensatie 2 - Remmen 3 - Notebook 4 - Cam@Rotterdam 5 - De Anti-pagina's ![]() HET UITZICHT ARCHIEF HOME 3.0 (1998) HOME 2.0 (1997) HOME 1.0 (1996) BEZOEKERS: (sinds 3-9-1999) HELP 2525
|
Deze week in 2525 / nieuwsgids: Net wint verkiezingen (niet) ; Gevallen vrouw; Wurgsex; Voyeurisme en nog veel meer. Lezen? Klik hier. REDDEN 30 november Ik keek uit het raam en zag een naakte vrouw over straat rennen. Brede heupen, kleine borsten, lange donkere haren die achter haar aan wapperden alsof ze het geen goed idee vonden en probeerden haar af te remmen. Het was het moment waarop de zomeravond zich opmaakte om zwoel en loom bezit van de stad te nemen. Het moment vlak voor de schemering waarop er een rust over de wereld lijkt neer te dalen omdat alles en iedereen moet omschakelen van de dag naar de nacht. Het moment waarop je nooit iets begint en alles nog even uitstelt, al is het maar voor even. Het was kortom niet het tijdstip om te rennen en al helemaal niet naakt. De vrouw werd bijna letterlijk op de voet gevolgd door twee politieagenten. Hand op de pet om 'm niet te verliezen. "Kom mee," zei S. met wie ik aan de eettafel zat die tegen het venster was aangeschoven. Ze sprong op, griste een regenjas van de kapstok en rende naar buiten. Ik volgde haar. Zo ging het door de straten. Een naakte vrouw, twee politieagenten en S. en ik daar weer achteraan. Allemaal rennend. Plots nam de vrouw een wending naar rechts en sprong pardoes het kanaal in dat langs de straat liep. We stopten met z'n vieren aan de oever. Een agent begon zijn koppelriem af te doen totdat duidelijk werd dat de vrouw naar de overzijde aan het zwemmen was. "Kom," riep zijn collega. "In de auto naar de overkant." Ze holden weg. Dat gaan ze nooit op tijd redden, dacht ik, wetende dat de dichtstbijzijnde brug wegens renovatie was afgesloten en de volgende te ver om was. We keken naar de vrouw die zich met een vlinderslag eenzaam door het vieze bruingroene stilstaande kanaalwater voortbewoog. Ze leek wel een zeemeermin zonder vin. Aan beide oevers van het kanaal verzamelden zich toeschouwers, plotseling vanuit het niets opduikend als meeuwen op een stuk brood. Er klonken kreten van verbazing, geroep en gelach. Eenmaal aan de overzijde van het water aangekomen trachtte de vrouw tegen alle verwachting in niet uit het water te komen maar begon ze zich in een half onder water hangende riooluitgang, die uit de kademuur stak, te wurmen. "Dit gaat mis," zei S. "Er moet iemand het water in om haar tegen te houden." Ze keek me aan. Ik keek naar het water. Dan weer naar S. "Ja," zei ze op een vraag die ik niet gesteld had. Ik keek naar mijn schoenen met stalen neuzen en dacht er aan dat ik geen goed zwemmer was, nooit een diploma had gehaald omdat ik de zwemlessen immer bevend langs de rand van het zwembad had doorgebracht, staande in het ondiepste stuk met altijd een hand aan de reling die ik nooit en onder geen beding wilde loslaten. Het was een wekelijkse vochtige hel geweest. Ik trok mijn schoenen uit en sprong. Bij de eerste slagen realiseerde ik me dat ik de wollen trui beter uit had kunnen trekken. Het water nam er zuigend bezit van en maakte de slagen bijna onmogelijk. De bodem van het kanaal begon te trekken. Terwijl ik voort ploeterde probeerde ik te voorkomen dat het stinkende vocht dat me omgaf in mijn mond terecht kwam. Tevergeefs. Halverwege werd ik ingehaald door iemand die zich voortbewoog alsof hij nooit iets anders deed. Ik herkende hem. Het was P. die ik wel eens in het café zag, een sympathieke, sportieve, brede jongen. "Gaat het?" vroeg hij. Ik antwoordde dapper 'ja' en we zwommen samen op naar de vrouw van wie alleen de onderbenen nog uit het rioolgat staken. "Pak jij haar linkervoet," ordonneerde P. Ik nam de voet in mijn handen, ze spartelde heftig tegen en door het vocht kon ik er amper greep op krijgen. "Trekken!" riep P. Er brak een bizarre strijd los. We trokken en rukten aan haar naakte benen terwijl de vrouw uit alle macht verzet bood. Ze schopte wild om zich heen en ik was bang dat ze m'n maagstreek of erger zou raken. Beetje bij beetje werkten we haar lichaam naar buiten tot alleen haar hoofd nog in de buis stak. Met haar kin bleef ze hangen achter de rand van de opening. P. en ik keken elkaar aan. "Trekken, nu!" Ik zette mijn voeten schrap tegen de kademuur en wierp me met mijn volle gewicht de andere kant uit, mijn armen zo stevig mogelijk om haar middel en tegelijk haar klauwende armen en schoppende benen ontwijkend. Er klonk een klap, haar kin sloeg tegen de rand en begon te bloeden. Het hoofd kwam naar buiten, ze raakte los uit de buis. Eenmaal vrij begon ze wil om zich heen te slaan terwijl we haar al watertrappelend in toom probeerden te houden. Twee agenten leunden over de kaderand, grepen de haardos van de vrouw en trokken haar bij haar haren omhoog. Aan de rand van het zwembad, het ondiepe deel. Zeven, acht, misschien wel negen jaar oud. Tot mijn middel in het water staand, een hand aan de reling, speelde ik uit verveling met het zwembandje om mijn middel. Ik drukte het onder water, tot kniehoogte en liet het dan weer omhoog komen. Totdat het lesuur voorbij was. Zo ging het iedere week. Het hele jaar door. Plots verloor ik mijn evenwicht, gleed uit, de zwemband als een knevel om mijn knieën geklemd en ging onder. Ik bewoog mijn armen maar kon mezelf niet boven water krijgen. Paniek overviel me, water stroomde mijn mond binnen als een vloed die niet te stuiten was. Ik spartelde en spartelde maar kon mijn benen niet bewegen en zag onder water de dood steeds dichterbij komen alsof ik in een net gevangen was. Een sterke hand greep mijn haren en trok me omhoog. Paniek werd overschaduwd door pijn. Het voelde alsof iemand mijn schedel lichtte en mijn hersens ieder moment naar buiten konden rollen. Een verlammende pijn die zich meester maakte van mijn hele lichaam. Ik kwam omhoog uit het water. Mijn rug schuurde over de harde rand van het bad, over de stenen vloer. Ik proestte en spuugde water uit. Het leken wel liters. Voor me op de grond zag ik de helwitte schoenen van de badmeester. Ik durfde niet op te kijken, streek met mijn hand door mijn haren en bekeek ze daarna, verbaasd over het feit dat ze niet vol bloed zaten. Mijn hoofdhuid brandde. De vrouw schreeuwde het uit maar gaf het verzet op. Langzaam werd ze aan haar haren op de kant gehesen en verdween uit zicht. P. zwom terug naar de andere oever. Ik zou dat niet meer redden. Buiten adem greep ik de kademuur vast en probeerde mezelf omhoog te hijsen, aangestaard door de wezenloze blikken van de toeschouwers die over de rand keken. Het lukte niet. Nog eens. Weer viel ik terug. En weer. Tevergeefs. "Kan iemand mij misschien helpen hier uit te komen?" Alsof er een knop werd omgedraaid kwamen de toeschouwers plots in actie. Ik greep de uitgestoken handen en liet me omhoog hijsen. Achterin de politiewagen kreeg ik een deken om me heen geslagen. Een ambulance reed weg, met de sirene aan. "Wat was er nou?" vroeg ik de agent achter het stuur. Hij draaide zich half om en zei: "Ze wilde zelfmoord plegen. Ze wordt nu afgevoerd naar de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis." Het zal ook eens niet zo zijn. Redde ik een leven, was dat niet de bedoeling. Plots zag ik haar voor me. In een dwangbuis de rest van haar leven op een gesloten afdeling van een inrichting. Ze zou me nooit meer vergeten. Commentaar? 2525 / webforum PS: er zijn nieuwe banners. Linken naar dit verhaal of deze foto? Gebruik dan deze url. |