| 2525/ home | Francisco van Jole |
|
|
Rotterdam - Waarom noemen ze het eigenlijk 'verlichting'? |
LIVE WEBCAM:![]() STEMMING: WEBFORUM: "En wat vind je er zelf van?" BIO 2525 POPULAIR: 1 - Internet-Sensatie 2 - Remmen 3 - Notebook 4 - Cam@Rotterdam 5 - De Anti-pagina's ![]() HET UITZICHT ARCHIEF HOME 3.0 (1998) HOME 2.0 (1997) HOME 1.0 (1996) BEZOEKERS: (sinds 3-9-1999) HELP 2525
|
Deze week in 2525 / nieuwsgids: King stopt met boek; Amazon schuwt bonden; E-commerce flop redt hongerige honden; En nog veel meer. Lezen? Klik hier. ETEN (II) 17 december Tweede deel van een driedelige voordracht gehouden in het kader van 'Food for Thought' op 14 december in Calypso 2001 te Rotterdam. Deel een Eten is méér dan alleen maar voedsel tot je nemen, méér dan alleen maar reageren op een honger- of trek-impuls. Eten is voornamelijk ook een sociale activiteit. Waarom zijn we hier? Omdat we het prettig vinden samen te zijn en daarnaast ook nog eens van lekker eten houden. De combinatie van die twee behoeften leidde in het Parijs van de 18e eeuw tot het ontstaan van de eerste restaurants. De naam restaurant komt overigens van restaureren in de zin van herstellen. De eerste gelegenheden die later tot restaurants evolueerden, serveerden namelijk bouillon. Dat werd en wordt tot op de dag van vandaag ervaren als een versterkend middel, een restaurant. Denk daaraan als u volgende keer in de schappen van de supermarkt de instant-bouillon ziet staan met de aanprijzing 'opkikker'. Ooit leidde dat tot een hele cultuur die ten grondslag ligt aan de zo geroemde Franse keuken, thans is het niet weer dan wat poeder waar heet water aan toegevoegd moet worden. Voor als je alleen thuis bent. Terwijl het ooit stond voor het tegenovergestelde. De opkomst van het restaurant, zo beschrijft de historica Rebecca Spang in haar afgelopen voorjaar verschenen werk 'The Invention of the Restaurant: Paris and Modern Gastronomic Culture', hield vrijwel gelijke tred met de eerste aanzetten tot de Franse revolutie. Het waren plekken die geroemd werden vanwege het gevoel van gelijkheid dat er heerste. (Later werden ze met tegenovergestelde argumenten juist verketterd, maar dat terzijde.) Het samenzijn stond centraal en wel op een heel bijzondere manier. Voor het eerst namelijk gingen mensen naar een openbare gelegenheid om beslotenheid en intimiteit te zoeken. Sociale individualisering zou je het kunnen noemen. Een van de, voor mij persoonlijk, mooiste rituelen die de maaltijd omgeeft en het samenzijn benadrukt is het bidden. Het gaat mij niet om de religieuze functie. Die is ook helemaal niet zo relevant. Toen mijn tamelijk a-religieuze vader vanuit Argentinië in dit land arriveerde en werd opgenomen door de protestantse bevolking in de Hoekse Waard werd hij voor het eerst met dat ritueel geconfronteerd. Hij wilde niet onbeschaafd overkomen en simuleerde dat hij er vertrouwd mee was, maar had er wel steeds problemen mee. Het probleem was, hoe lang moet je precies de ogen gesloten houden? Hij loste dat op door tijdens het bidden in zichzelf te tellen tot de tijd verstreken was. Een gewoonte die hem nog flink opbrak toen hij eens gevraagd werd voor te bidden en zonder er erg in te hebben uitbarstte in "21, 22, 23...". Het mooie van bidden is dat het voorafgaand aan de maaltijd een moment van rust geeft en er tegelijk voor zorgt dat iedereen op hetzelfde moment met eten begint. In een ver verleden heb ik me wel eens bezig gehouden met het organiseren van kinderkampen en ontdekte toen dat zo'n stilte voor het eten van essentieel belang is voor het verdere verloop van de maaltijd. Zonder stilte ging de drukte en het rumoer van de kinderen tijdens het eten onverminderd door, met stilte vooraf daarentegen bleef het rustig tot het einde van de maaltijd in zicht was. Met de ontkerkelijking en de opkomst van haast is ook het bidden voor het eten verdwenen. Over welke van de twee de oorzaak is en welke het gevolg, laat ik me niet uit. Maar ik maak me sterk dat McDonald's en fast food zouden bloeien als bidden voor het eten nog een onontkoombaar ritueel was. De fast food-cultuur draait immers om een gebrek aan bezinning, de uitbanning ervan. Bezinning en impuls zijn elkaars tegenpolen. Het restaurant stond niet alleen aan de wieg van het samenzijn in gelijkheid maar ook aan de ontwikkeling van smaak en fijnproeverij. Kwaliteiten die we beschouwen als kenmerken van beschaving. Of beschouwden. Want het kenmerk van de grootste restaurant-keten ter wereld, wederom McDonald's, is dat alle smaak is weggefilterd. De producten die daar onder de noemer voedsel worden gepresenteerd smaken letterlijk nergens meer naar. In die zin is het zelfs democratisch. Als smaak een manier is om je van anderen te onderscheiden, zoals het dat op het hoogtepunt van de restaurant-cultuur was, dan schakelen McDonald's en al zijn fast-food varianten, iedereen gelijk. Er valt immers niets meer te proeven, niets meer te onderscheiden. Zoals niemand in staat is te zeggen uit welk jaar de Coca-cola is die hij drinkt, of uit welke regio deze afkomstig is, zo kan ook niemand zeggen wat voor vlees hij bij McDonald's eet. 'Honderd procent puur rundvlees' noemen ze het. En dat is het ook. Het vlees is tot iets gemaakt dat honderd procent beslaat, voor nuance is geen enkele ruimte meer. Het is alsof je in een wereld leeft waarin nog maar één soort kaas bestaat: Jonge, ongerijpte, fabriekskaas. Het wegwerken van de smaak heeft zich niet beperkt tot de papillen maar zich uitgebreid tot het oog. We leven in een tijd waarin ons voedsel ontdaan wordt van alle herkomstverschijnselen. Ik ben vegetariër en eet producten die verkocht worden onder de afgrijselijke noemer, vleesvervanger. U kent ze wel, de groenteburger, de tofu-schnitzel, de soja-steak. Soms spreken mensen mij er op aan dat het zo raar is om als vegetariër prodcuten te eten die vormgegeven zijn als vleesproducten. Ze zien het een beetje als seks met een opblaaspop. Daar hebben ze maar ten dele gelijk in. Want misschien nog krankzinniger dan het imitatie-vlees is het feit dat de producten waar ze op lijken niets maar dan ook niets meer met vlees te maken hebben. In de schappen van de slager zijn geen dode dieren meer te herkennen. We zien rijen sufgepaneerde bak en frituurdingetjes waar met geen mogelijkheid meer uit valt af te leiden tot welk dier ze ooit behoorden. De slagerij is verworden van een boerderijspel, waar je de dieren in hun onvermijdelijke lot kon aanschouwen en herleiden, tot een soort snoeprek met allemaal dezelfde pakjes kauwgom. Vraag aan mensen wat er in kauwgom zit en de kans is groot dat je geen antwoord krijgt. Hetzelfde geldt voor de vleesproducten. We willen het niet weten. Eten wordt ook niet meer aangeduid als individueel product maar in regio's. Eten we vanavond Thai, of Italiaans? (Maar nooit Nederlands.) Die allesoverheersende eenvormigheid loopt parallel met de opkomst van een linguïstische eenvormigheid. Ik weet niet of het u opgevallen is maar we zijn in de taal onze synoniemen aan het kwijtraken. Synoniemen staan voor verfijning, voor de mogelijkheid nauwkeurig onderscheid te maken. Maar zoals u weet leidt onderscheid tot conflicten en daarom geven we nu de voorkeur aan woorden die geen enkel onderscheid meer mogelijk maken. De Duitse linguïst Uwe Pörksen somt in zijn in 1988 verschenen boek Plastictaal een hele reeks woorden op die we dagelijks gebruiken en waarvan niemand enig benul heeft wat we er nu precies mee bedoelen. U kent en gebruikt ze net zo goed als ik: structuur, ontwikkeling, communicatie, proces. Bij wijze van experiment heeft hij eens al dergelijk woorden uit officiële stukken van de Europese Gemeenschap gelicht, ze door elkaar gegooid en toen weer teruggezet. Er stond nog precies hetzelfde. Wat we met de taal doen, doen we ook met het eten. Langzaam maar zeker ontstaat er een soort eenheidsgerecht dat niet meer te herleiden is, dat geconsumeerd wordt op willekeurige momenten. We noemen het eten en hebben geen flauw benul meer waar we het over hebben. Deel drie Commentaar? 2525 / webforum PS: er zijn nieuwe banners. Linken naar dit verhaal of deze foto? Gebruik dan deze url. |