Istanbul - De Istiklal Caddesi. Hij zal de tram niet opmerken.



13 maart 2002

DE NIEUWE ECONOMIE

Twee jaar geleden, op het toppunt van de internethype (het was ruim twee weken voor de beursgang van Worldonline) schreef ik voor het blad New Economy - thans omgedoopt tot New Business - een essay over de Nieuwe Economie. Dit is de tekst, ter lering en vermaak.
FvJ

'Meer leidt tot meer', 'succes is non-lineair', 'het net wint'. Dit soort wandspreukwijsheden wordt aan digitale goudzoekers gepresenteerd als heuse nieuwe economische wetten. Maar wat is er eigenlijk zo nieuw aan de Nieuwe Economie?

Het was in 1997 dat de rage over de Nieuwe Economie goed op gang kwam. In dat jaar werd voor grote groepen duidelijk dat de digitale revolutie ondanks alle scepsis doorzette en er grote veranderingen op til waren. Het was het jaar van enthousiasme over push, een technologie die volgens ingewijden op den duur de browser zou verdringen. Het was het jaar van vertrouwen in de netwerk-computer, een compacte computer ter vervanging van de huidige pc die zich niet meer bekommerde om software omdat alles wat nodig was automatisch van het net gehaald zou worden. Het was het jaar waarin men voor Apple alleen nog maar toekomst zag als softwarebedrijf omdat hardware iets uit het verleden was. Het was het jaar van het geloof in personal agents, intelligente software die voor de gebruiker automatisch voorselecties zou maken zodat het probleem van de overvloed aan informatie werd opgelost. Het was, achteraf bezien, dus vooral het jaar van de verkeerde ideeën.

Al deze voorspellingen hebben één ding gemeen: ze verschenen in het jaar 1997 in Wired, het Amerikaanse techno-tijdschrift gewijd aan de digitale revolutie. In september van datzelfde jaar publiceerde het blad een artikel getiteld 'Nieuwe regels voor de Nieuwe Economie' van de hand van executive editor Kevin Kelly. Dit uitgebreide essay werd later tot een boek verwerkt dat niet alleen een bestseller werd maar ook een bijbel voor de gelovigen van de Nieuwe Economie. Het zette de toon voor wat betreft het denken over de economische gevolgen van de digitale omwenteling.
Het betoog is een soort handvest voor een nieuwe orde. "De opkomende nieuwe economie vertegenwoordigt een tektonische omwenteling in ons rijk, een sociale verandering die onze levens meer reorganiseert dan alleen hardware en software ooit zouden kunnen bereiken. Met zijn eigen specifieke mogelijkheden en zijn eigen nieuwe regels. Zij die de nieuwe regels volgen zullen welvaren, zij die ze negeren niet," dreigt de inleiding.
De regels die Kelly uiteenzet vormen deels een verklaring voor bijvoorbeeld de gekte rond aandelen van Internet-bedrijven die maar geen stuiver winst kunnen maken. Want wie de tekst leest wordt vanzelf nerveus van het besef dat kennelijk ergens een boot aan het vertrekken is die gemist lijkt te gaan worden. Niet zo maar een boot maar een eigentijdse Ark van Noach waar alleen zij die de maatschappelijke en economische veranderingen begrepen hebben welkom zijn aan boord. De rest zal onvermijdelijk ten onder gaan. Het is rennen of verzuipen.

Als drie jaar later het revolutionaire epistel tegen het licht wordt gehouden blijkt het aanzienlijk meer te drijven op de waan van de dag dan indertijd het geval leek. Zo concentreert Kelly zich in het eerste deel op een afrekening met het begrip Artificial Intelligence, oftewel kunstmatige intelligentie. Dat lijkt thans merkwaardig maar indertijd was het streven naar zelfdenkende computers nog een hype.
Volgens Kelly heeft het economisch gezien geen zin te wachten op de zegeningen van computers die slimmer zijn dan mensen. Domme kracht daar gaat het om. Alles maar dan ook alles - van auto tot stoelpoot -, betoogt Kelly, zal voorzien worden van chips die onderling informatie uitwisselen. Het resultaat daarvan zal een slim wereldwijd systeem zijn. "Laat de delen met elkaar spreken. (…) Hoe maak je vliegtuigen veilig? Laat de toestellen onderling met elkaar praten en zelf hun routes kiezen." Die ongebreidelde data-uitwisseling is het motto van de nieuwe economie die door Kelly aangeduid wordt als de 'Netwerkeconomie'.
Kelly trapt daarmee in de grootste valkuil van het futurisme: omdat iets technisch mogelijk is, zal het ook gebeuren. Zo onderbouwt hij zijn stelling over het exponentieel toenemende belang van data-communicatie door te verwijzen naar de voorspelling van telefoonmaatschappij MCI dat binnen drie jaar maar liefst drie maal zoveel data-verkeer als ouderwets telefoonverkeer door de netwerken zal vloeien. Nu, inderdaad drie jaar later, blijkt uit cijfers van diezelfde MCI dat de omzet gehaald uit ouderwets telefoonverkeer nog altijd twee keer zo groot is als die uit data-transport. De optimistische verwachting was indertijd onder meer gebaseerd op de oprukkende populariteit van Internet-telefonie, bellen via Internet leek het veel kostbaardere reguliere telefoonverkeer te gaan verdringen. De huidige stand van zaken is dat Internet-telefonie aanzienlijk minder groeit dan verwacht en juist mobiel telefoonverkeer, dus spraak en geen data, voor een abnormale groei van gesprekken zorgt. Deze trend was in 1997 kennelijk niet te voorzien.

Een van de mythes die de 'nieuwe economie' omgeeft is dat we leven in een wereld van snelle verandering, wat vandaag in is, is morgen alweer achterhaald. De technologische verandering voltrekt zich in een tempo dat amper bij te benen is. Daarom voorspelde men in 1997 de doorbraak van push, van netwerk-computers, van personal agents, stuk voor stuk technologische doorbraken. Als echter alle franje en opgeklopte verwachtingen buiten beschouwing worden gelaten, is het aantal wezenlijke veranderingen op technologisch gebied veel lager dan men zou verwachten.
Zo is het gebruik van e-mail nog steeds met stip de populairste Internet-toepassing. Het massale gebruik van deze toepassing is weliswaar tamelijk nieuw maar de techniek zelf nauwelijks. Het was email dat aan de wieg stond van de ontwikkeling van het net, eind jaren zestig.
De op één na populairste internet-toepassing, het web, werd begin jaren negentig geïntroduceerd. Sindsdien is er aan basale nieuwe technieken minder bijgekomen dan op het eerste gezicht lijkt. Natuurlijk, de snelheid is toegenomen, de plaatjes zijn verbeterd, er zijn animaties toegevoegd. Maar dat zijn allemaal slechts versierselen.
Wezenlijke technologische veranderingen blijken op het net even lastig door te voeren als in de gewone wereld. Push sneuvelde dan ook en Pointcast ging failliet, de netwerkcomputer belandde op de vuilnisbelt en de personal agents zijn nog immer werkeloos. Het gegeven dat de acceptatiegraad van nieuwe technieken in de praktijk erg laag is, wordt door predikers van de nieuwigheid, als Kelly en consorten, consequent genegeerd.
Video-conferencing via Internet, om maar eens wat te noemen, is nog steeds verre van gemeengoed terwijl de doorbraak daarvan al ruim een decennium wordt aangekondigd. En van de voorspelling dat door Internet meer mensen gaan telewerken lijkt ook niet veel terecht gekomen. Hoogstens valt te constateren dat mensen zijn gaan telewerken naast hun gewone werk. Meer mensen nemen werk mee naar huis. Maar ze gaan nog wel steeds iedere dag naar hun werk, file of geen file. Er is iets toegevoegd in plaats van dat er een wezenlijke omslag heeft plaatsgevonden.

De enige twee nieuwe internet-toepassingen die de laatste vijf jaar revolutionair doorbraken zijn het chat-programma ICQ (en andere vormen van zogeheten Internet-messaging) en de verspreiding van muziek verpakt als MP3. Van de eerste toepassing is nog altijd onduidelijk hoe aan dit systeem ooit geld verdiend kan worden. De verspreiding van muziek op haar beurt bevindt zich nog steeds in een pseudo-illegaal schemergebied. Of de inkomsten die er wellicht mee gegenereerd zouden kunnen worden ooit de huidige omzet van de conventionele platenindustrie zullen evenaren, is zeer de vraag. Economische wonderen zijn het vooralsnog niet te noemen. En twee nieuwe technologische toepassingen in vijf jaar tijd scheppen toch niet echt het beeld van een omgeving waar de ontwikkelingen niet meer zijn bij te houden.

Een andere stelling van Kelly behelst een van de populairste onderdelen van de Nieuwe Economie-leer, een regel waar ikzelf ook lange tijd in heb geloofd heb: meer leidt tot meer. Het zou gaan om een ware aardverschuiving van de economische principes. Terwijl de oude economie vooral draait om waarde als gevolg van schaarste gaat het bij de Nieuwe Economie om beschikbaarheid. Hoe meer iets beschikbaar is, hoe groter de waarde. Dus moet je dingen gratis weggeven. Dat kan in het Nieuwe Tijdperk ook makkelijk omdat digitale kopieën nu eenmaal vrijwel kosteloos zijn. "Schaarste wordt verdrongen door de alsmaar afnemende marginale kosten. Waar de kosten van het maken van weer een nieuw exemplaar onbeduidend zijn, neemt de waarde van standaarden en het netwerk toe. Meer leidt tot meer," beweert Kelly.
Meer, daar gaat het dus om. De rush van gratis internet-providers bijvoorbeeld die vorig jaar het Europese continent overspoelde lijkt gebaseerd op deze stelling. Het enige doel van deze gratis providers is het binnenhalen van meer gebruikers, want meer gebruikers betekent meer waarde. Of de enorme hausse aan overnames van Internet-bedrijven die louter om hetzelfde draait. Zo nam Yahoo voor bijna tien miljard gulden de gratis homepage-provider Geocities over en haalde in een klap een massa extra gebruikers binnen.
Maar leverde deze spectaculaire groei ook iets op? Nee, constateerden analisten begin dit jaar. Uit de cijfers bleek dat Yahoo met deze deal nauwelijks meer omzet had verkregen. Weliswaar stegen de bezoekersaantallen maar dat was volgens deskundigen die bij de online nieuwsdienst CNet aan het woord kwamen niet voldoende om achteraf het exorbitante aankoopbedrag te rechtvaardigen. Niet iedere groei is immers veel waard. De oplage van het gemiddelde huis-aan-huis blad bijvoorbeeld is vele malen groter dan die van de dagbladen. Niettemin zijn ze minder waard.

Een ander schoolvoorbeeld dat jarenlang, en ook door Kelly in zijn betoog, aangehaald werd als exemplarisch voor het succes van de gratis economie was het bedrijf Netscape dat zijn browser gratis weggaf en daarmee een marktaandeel van negentig procent creëerde. Drie jaar later valt de naam Netscape nog maar angstvallig weinig in gesprekken over de nieuwe economie. Het bedrijf is na de overname door provider America OnLine, overigens zelf de nieuwe ster aan het firmament, bijna in de vergetelheid geraakt. Netscape werd weggevaagd door Microsoft, een bedrijf dat zich bezighoudt met zoiets ouderwets als de verkoop van software. Natuurlijk, de met Netscape concurrerende Internet Explorer van Microsoft werd op het eerste gezicht ook gratis weggegeven. Maar in werkelijkheid was dat natuurlijk niet zo. De Internet Explorer maakt volgens Microsoft immers integraal onderdeel uit van het besturingssysteem Windows. En dat besturingssysteem is niet alleen verre van gratis, het is volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie als gevolg van de monopoliepositie van Microsoft zelfs juist te hoog geprijsd. De Internet Explorer heeft maar een enkel doel, mensen afhankelijk maken van de technologie die Microsoft voor veel geld verkoopt. Als dat de gratis economie is, dan is het maken van een proefrit in een nieuwe auto het ook.

Kelly heeft wel gelijk dat de waarde van standaarden toeneemt. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook meteen een economische waarde vertegenwoordigen. De waarde van de HTML-standaard die op het web gebruikt wordt om pagina's te creëren is ontzaggelijk groot, de hele opkomst van Internet valt er zo'n beetje aan toe te schrijven. Maar voor wat betreft economische waarde is deze standaard net zo relevant als de waarde van het reguliere alfabet: nul, niks, nada. Natuurlijk, zonder alfabet kan ik dit stuk niet schrijven, geen informatie tot me nemen en mijn brood niet verdienen dus de waarde is enorm. Doch de economische waarde doet er niet toe.
Daarentegen maken de standaarden voor tekstverwerken of besturingssystemen die Microsoft bezit, het bedrijf tot de rijkste ter wereld. Die standaarden zijn niet gratis, de gebruiker betaalt voor het gebruik en ze blijven zelfs bezit van Microsoft.
Als kanttekening voor het succes van Microsoft dat met ouderwetse economische principes, noem het koppelverkoop, de kampioen van de nieuwe economie Netscape verpletterend versloeg wordt wel de opkomst van Linux genoemd, het gratis verkrijgbare besturingssysteem dat met de dag aan populariteit wint. De aandelenkoers van Red Hat, een van de bedrijven die Linux distribueert, steeg immers zevenhonderd procent op de eerste dag van de beursgang. Of Red Hat de software mogol uit Redmond ooit zal verslaan valt nog te bezien maar als ze het doet is dat succes meer toe te schrijven aan het vestigen van een nieuwe distributiestandaard voor het nogal ontoegankelijke Linux dan aan het feit dat gratis automatisch tot meer, en daarmee tot nog meer leidt. Sterker nog, het is eerder omgekeerd. Red Hat verkoopt namelijk het gratis verkrijgbare systeem Linux en keert in feite een peiler van de Nieuwe Economie om: in plaats van dat een bestaand product gratis wordt, blijkt het mogelijk om iets een product dat gratis is, gewoon te verkopen. Je moet er alleen wel een aardige verpakking - lees standaard - omheen moet doen want Linux zelf heeft geen waarde.

E-commerce dan, dat zou toch nieuw zijn. Zaken doen via Internet. Iedereen zou dankzij Internet ondernemer kunnen worden, zo luidt ook weer zo'n regel van de Nieuwe Economie. Natuurlijk, dat is zo, iedereen kan met Internet ondernemer worden. Maar dat gaat ook op voor ijscokarren, koop er een en je bent ondernemer.
In de praktijk blijkt dat laatste aanzienlijk eenvoudiger dan het starten van een onderneming op Internet, ondanks de dertienjarigen die vanuit hun slaapkamer van de ene op de andere dag miljonair worden.
Eind 1999 nam spijkerbroekenfabrikant Levi's het opmerkelijke besluit zijn nog prille online winkel op te heffen omdat de kosten de pan uitrezen. Analisten en futurologen waren er als de kippen bij om er op te wijzen dat Levi's nu eenmaal kampte met teruglopende belangstelling en dat het uitblijvende succes daar een logisch gevolg van was. Overigens zonder te melden dat Levi's tot dan toe op menig spreekbeurt over de zegeningen van de Nieuwe Economie werd aangehaald als schoolvoorbeeld van hoe de nieuwe regels werken. Levi's stelde klanten immers in staat om tegen een gering bedrag spijkerbroeken op maat te laten maken. Maar na de aankondiging van de sluiting werd dat pluspunt kennelijk stante pede vergeten en bleek Levi's plots hopeloos ouderwets, een dinosaurus uit het oude tijdperk.
Maar onbeantwoord bleef de vraag: als Internet kennelijk al niets kan betekenen voor een wereldwijd gevestigd merk dat kampt met een gebrek aan belangstelling wat moet het dan zijn voor bedrijven waar in principe helemaal nog geen belangstelling voor bestaat?

Natuurlijk de voorbeelden van het tegenovergestelde zijn voorhanden. Amazon begon als een eenmansbedrijf en is nu concurrent van de grootste winkelketens. Veilingsite E-bay, gestart door een man die iets wilde doen met de poppenverzameling van zijn vrouw, vertegenwoordigt een astronomische waarde, Yahoo werd als hobby opgezet door drie studenten en kan nu bijna Disney opkopen. Maar wat zijn de andere voorbeelden? Welke succesvolle online boekhandel bestaat er naast Amazon? Op die vraag volgt meestal een opmerkelijke stilte. Boo.com bijvoorbeeld, het Europese online warenhuis dat met een ongekend groot startkapitaal al voor de officiële start een waarde van een kwart miljard gulden had maar toch binnen twee maanden na de 'lancering' een kwart van het personeel moest ontslaan? Of de talloze veilingsites die een kwakkelend bestaan leiden? Go.com dat met een gigantische kapitaalinjectie van Disney met Yahoo wilde concurreren en zodanig mislukte dat de mediagigant voor de zoveelste keer van strategie veranderde?
Is de Nieuwe Economie dan zo'n duister terrein dat vrijwel geen hond er de weg kan vinden? Of is er niet zoiets als een Nieuwe Economie en hebben we te maken met een gebied dat weliswaar uitgestrekt is maar waar toch maar plaats is voor heel weinig spelers, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de olieindustrie of andere bedrijfstakken die gekenmerkt worden door extreem hoge researchkosten.

De situatie rond de Nieuwe Economie wordt nog schrijnender als de blik louter op Nederland wordt gericht. Ten aanzien van de Verenigde Staten loopt dit land achter op het gebied van Internet. Sommigen zeggen een jaar, twee jaar. Maar loopt Nederland eigenlijk überhaupt wel op het gebied van Internet? Is er niet meer sprake van stilstand dan achterstand?
Het grootste nationale Internet-succes tot nu toe was de site van Big Brother, opmerkelijk genoeg een afgeleide van een extreem populair tv-programma. De site had in drie maanden tijd voor anderhalf miljoen aan reclame inkomsten gezorgd, meldden de makers trots na afloop van het project. Dat is goed nieuws. Althans, dat lijkt goed nieuws. Het slechte nieuws is namelijk dat voor die omzet 50 miljoen bezoekers nodig waren.
Vergelijk dat resultaat met de werkelijkheid van de oude economie. Zoiets ouderwets bijvoorbeeld als de papieren versie van De Telegraaf, die dagelijks een miljoen lezers heeft, oftewel het dubbele van het aantal mensen dat naar de Big Brother site kwam. Een rekensom leert dat de krant op basis van de reclame-inkomsten van de Internet-site van Big Brother goed moet zijn voor een jaarlijkse omzet van 12 miljoen gulden. In werkelijkheid bedraagt de reclameomzet van De Telegraaf een veelvoud daarvan: 400 miljoen gulden (1997). Oftewel: het grootste succes uit de Nederlandse Internet-geschiedenis, ondersteund met een massale televisie- en mediacampagne haalt nog geen drie procent op van wat de populairste krant van Nederland aan omzet weet te halen. In het tijdsbestek dat Big Brother 1,5 miljoen gulden binnenhaalt, zet het ouderwetse papier 100 miljoen om.
Natuurlijk, het karakter van Big Brother en dat van een dagblad zijn amper te vergelijken. En Internet bevindt zich nog in ontwikkeling. De advertentiemarkten zijn niet te vergelijken. En zo zijn er talloze andere excuses te bedenken. De kracht van de Nieuwe Economie is er evenwel vooralsnog niet mee aangetoond.

Gaat het dan nog gebeuren? De astronomische waarde van Internetbedrijven kan toch niet verzonnen zijn? De illustratie bij een andere wet van Kelly geeft meer inzicht in welke nieuwe mechanismen er nu wel spelen in de draaikolken van de Nieuwe Economie, overigens zonder dat hij het zelf zo bedoeld heeft. Om zijn regel 'waarde gaat vooraf aan kracht' te onderbouwen valt Kelly terug op voorbeelden uit de natuur. Een truc die de auteur, van oorsprong afkomstig uit de milieubeweging, overigens op bijna al zijn argumentatie toepast. Op zich verdient alleen al deze tactiek de nodige argwaan omdat nu eenmaal praktisch iedere stelling met voorbeelden uit de natuur ondersteund kan worden, ongeacht wat men wil beweren.
In dit geval noemt Kelly het voorbeeld van de vijver met leliebladeren die iedere dag in oppervlak verdubbelen. Na een langzame bedekkinggroei tot aan de helft van het oppervlak blijkt de volgende dag plots de hele vijver door de lelie te zijn ingenomen. Moraal: Je moet als ondernemer dus de kracht van een ontwikkeling of product al in een vroeg stadium weten in te schatten want als de doorbraak eenmaal naakt, is het veel te laat.
Afgezien van het feit dat dit principe slechts in uitzonderlijke gevallen opgaat, het ontkent immers het bestaan van langzaam groeiende systemen, rijst de vraag of dit principe nu wel zo nieuw is dat er hele nieuwe economische wetten aan opgehangen kunnen worden.
De muziekindustrie bijvoorbeeld kent dit verschijnsel al veel langer. Popartiesten zijn er meestal van de ene op de andere dag, ze rijzen uit het niets op. Hits noemt men dat veelbetekenend.
Tegelijkertijd blijken de meeste van die hitmakers eendagsvliegen. Ze veroveren de wereld om vervolgens als sneeuw voor de zon te verdwijnen. De constante roem is slechts aan enkeling voorbehouden met als wrang kenmerk dat juiste deze eeuwige beroemdheden meestal geen hits hebben. Wanneer hebben bijvoorbeeld de Rolling Stones, toch onmiskenbaar een van de succesvolste bands aller tijden, voor het laatst op nummer een gestaan?

Het echte nieuwe aan de economie is wellicht dat de beurzen die handelen in 'nieuwe bedrijven' de kenmerken zijn gaan vertonen van popmuziek. De automatisering en acceleratie van transacties, de permanente stroom van informatie, de popularisering van aandelenhandel in het algemeen en met name de day trading, hebben de beurskoersen veranderd in een soort hitparade. Er wordt niet meer belegd om de toekomst zeker te stellen maar om snel te scoren. Dat heeft echter niet zoveel te maken met nieuwe economische principes als met nieuwigheid.
Internet doet met aandelenhandel wat mobiele telefonie deed met telefoongesprekken. Je belt meer omdat de GSM-telefoon nu eenmaal onder handbereik is. Zo wordt er meer gehandeld in aandelen omdat de methode van handelen door de komst van Internet aanzienlijk is vereenvoudigd. En om bij de vergelijking met de vijver van Kelly te blijven: als meer mensen vissen in dezelfde vijver, wordt de vis vanzelf meer waard. Tenminste, zo lang er geen nieuwe vijver wordt ontdekt. In die zin is de ontwikkeling zelfs tegengesteld aan wat Kelly beweert over de irrelevantie van schaarste.

Natuurlijk, het valt niet te ontkennen dat Internet en de digitalisering een maatschappelijke verandering op gang brengt en daarmee ook economische betekenis heeft. Het probleem is alleen dat het zicht op die ontwikkelingen ernstig belemmerd wordt door praatgrage lieden die hun gehoor overdonderen met steeds maar weer nieuwe voorbeelden die in de praktijk wel heel erg snel blijken te verouderen. Als het succes van online winkels uitblijft, schakelen ze over op modellen van business-to-business die dan natuurlijk wel moeten werken. Als Netscape ten onder gaat is de liefde voorbij en omarmen ze even snel de nieuwe lieveling Amazon. Als Internetsites in Nederland maar geen succes willen worden schakelen ze ronkend over op WAP, zeg maar Internet via de mobiele telefoon, dat volgens hen echt de wereld gaat veroveren. Kritiek op bijvoorbeeld het uitblijven van winsten of de besteding van exorbitante bedragen aan marketing wordt steevast weggewuifd met verwijzingen naar de rooskleurigheid van de toekomst. Daarmee lijkt de Nieuwe Economie meer op een geloof dan een tastbare werkelijkheid.
Allemaal hebben deze evangelisten een en hetzelfde kenmerk: het leeuwendeel van hun inkomsten verdienen ze aan mensen die denken dat ze geld aan Internet kunnen verdienen door naar hen te luisteren. Ze geven lezingen en adviezen, schrijven boeken of handelen in bedrijven. Dat is geen Nieuwe Economie, dat is een hele oude economie: als je geld wilt verdienen aan de goudkoorts, moet je concessies, spades en tenten gaan verkopen. Of praatjes.

Francisco van Jole
3 maart 2000




DE BOEKEN


cover Valse Horizon

In Valse Horizon onderzoekt Francisco van Jole aan de hand van intrigerende praktijkvoorbeelden de inlossing van de beloftes omtrent de razendsnelle opkomst van internet in de jaren negentig. Zo is er een digitale kathedraal die al na een paar jaar meer verval vertoont dan zijn eeuwenoude stenen evenbeeld. Of het voorbeeld van de vrouw die online op zoek ging naar haar moordenaar.

Valse Horizon gaat in op vragen die door de veranderingen zelf worden opgeworpen. Is internet inderdaad het volgende massamedium na krant, radio en televisie? Waar leidt de ongebreidelde communicatiedrift onder individuen toe?

Internet is volgens Van Jole veel meer een product van onze tijd dan een voorbode van de toekomst. Misschien wel meer dan enig ander medium toont het ons wie we nu eigenlijk zijn.

Dirk van Weelden bespreekt in Vrij Nederland (19-1) Valse Horizon. Een fragment: "Het is nu een verademing om boeken te lezen als Valse Horizon, van Francisco van Jole. De toon is opgewekt cynisch, de aanpak is nuchter journalistiek en de teneur is van groot belang, namelijk dat het internet in al zijn wonderlijke eigenheid toch eerst en vooral bekeken moet worden als een onderdeel van de rest van de wereld. En beoordeeld moet worden aan de hand van criteria en normen die in de rest van de wereld gelden. Nog niet eens omdat dat principieel beter is, maar omdat je anders slecht begrijpt wat er op en met het internet gebeurt.
Van Jole laat zien hoe beroemde wapenfeiten die op het internet plaatsvonden, verklaard en gerelativeerd kunnen worden door de fysieke achtergronden en de pendanten in oude media te bestuderen. Internet is een bedrieglijke omgeving die het zicht op de geschiedenis en de omringende maatschappij vertekent en zelfs beneemt.
(...) Het internet verschijnt in zijn boek als een reusachtig spiegelpaleis, dat intens contact mogelijk maakt, maar ook zichzelf afsluit voor de rest van de wereld en draaikolken van eenzaamheid, dwaasheid en ruis oproept."

Eindhovens Dagblad: "Interessante nieuwe inzichten"
Gwrrf: "Een ijskoude bundel haarscherpe analyses over wat internet wél en (vooral) niet is. Modern bijbeltje voor digifielen en -beten."
De Cursor: "De Internetmythes die zelfs na de dotcom-crisis onverwoestbaar lijken, haalt hij met rake voorbeelden onderuit."
Rotterdams Dagblad: "Kritische geluiden uit een hoek waar die misschien het minst te verwachten viel."
Nederlands Dagblad: "Van Jole boeit. Hij weet de onderwerpen op een heldere manier te rangschikken en geeft overzicht. Daarbij is hij kritisch."
Planet Multimedia: "Het is een goed boek, simpelweg daar een van de beste Europese schrijvers over internet de tijd heeft genomen om zijn gedachten te ordenen en goed vorm te geven."
Zone 5300: "Getoetst aan de werkelijkheid legt de ene na de andere internetmythe het af en 'Valse horizon' bevat enkele mooie voorbeelden van digitale broodjes-aap."
Smallzine: "Mensen die vinden dat Van Jole altijd 'zo negatief' doet, kunnen het boek beter niet lezen."
Alt0169: "Meer dan verplichte kost voor internerds en andere geinteresseerden."

Uitgeverij Meulenhoff
oktober 2001
Paperback, 160 pagina’s
ƒ 31,95 / € 14,50
ISBN 9029070145

Online te koop bij o.a. BOL - Proxis - Boeknet - Boekenmeer - AKO


cover Blink

We bevinden ons ten kantore van een jonge internetonderneming. Het meubilair is design, de personeelsleden ogen hip en de Leider hangt ontspannen onderuit in zijn stoel. Lijkt deze plek voor wie het wil gaan maken the hottest place to be, het walhalla van de onbegrensde mogelijkheden, wie zich binnen de muren begeeft treft iets anders aan.
De hoofdpersoon van BLINK heeft een idee en wordt binnengehaald. Algauw merkt hij hoezeer tomeloze ambities en een schrijnend gebrek aan inzicht elkaar voortdurend voor de voeten lopen en wordt hij geconfronteerd met de mythomane Leider, die zijn personeel in een welhaast feodale greep houdt.
BLINK geeft een ontluisterend inzicht in leven en denken op de golven van een hype.

BLINK, dat eerder als feuilleton verscheen op 2525.com, is het prozadebuut van Francisco van Jole.


  Het programma Kunststof van de NPS op Radio 1 over onder meer Blink en werken bij internetbedrijven op het toppunt van de hype. Luister hier.

Uitgeverij Meulenhoff
december 2001
Paperback, 126 pagina’s
ƒ 24,13 / € 10,95

Online te koop bij o.a. Proxis - Boekenmeer - AKO




ABONNEREN




teksten & foto's © Francisco van Jole



HOME 4.0 (1999-2001) - HOME 3.0 (1998) - HOME 2.0 (1997) - HOME 1.0 (1996)