Rotterdam - Mooi paars.



4 augustus 2002

OEWATTOE

"Het is wattoe," antwoordde de jongen achter de tafel. De w klonk als in het sranang, vooraf gegaan door een bijna onhoorbare oe. Oewattoe. Het is al bijna een liedje, een refrein als je het zegt. Oewattoe, oewattoe, oewattoeeee...
Maar het was sranang noch een liedje. Het was Watou, een Belgisch dorpje tegen de Franse grens.
"Is het watauw of watoe?" had ik gevraagd toen hij me het entreebewijs voor de Poëziezomer overhandigde. Ik weet zoiets nooit bij intuïtie en gokte eerlijk gezegd het eerste. Immers zo dicht tegen de Franse grens is het Nederlands meer wapen dan uitdrukking dus waarom zou men spreken in de klanken van de vijand? Die zegt immers Toeloez en Boergondie. En vast ook Goeda en Aerdenhoet.
Maar toch. Watou. Met een oe en niet met een ou.

Een manifestatie van poëzie en beeldende kunst, dat is een aanduiding die bij mij vooral gevoelens van vervreemding en onthechting losmaakt. Zoals een zakje Knorr Aardappelpuree dat met het oorspronkelijke gerecht doet. Ja, het is onmiskenbaar puree, maar aardappels? Poëzie plus kunst, de combinatie moet meestal de middelmatigheid van beide ingrediënten verhullen.
In Watou is al meer dan twintig zomers zo'n manifestatie gehouden zonder dat ik er ooit eerder van gehoord had. Op aanraden van Bieslog ("Je rijdt weg uit Watou met vreemde beelden in het hoofd, die lang op het netvlies blijven. Je zou niet zo gauw een film kunnen noemen, die ooit hetzelfde effect op je heeft gehad.") en NRC Handelsblad ("Die combinatie van gedichten, beeldende kunst en het dorp zelf zorgt voor talloze verrassingen.") reed ik op een regenachtige zaterdagmiddag aarzelend de 270 kilometer naar het dorpje waar de hele zomer kunst en poëzie gemanifesteerd worden.
Ze bleken beiden gelijk te hebben. O, wat hebben ze gelijk.

Bij binnenkomst is Watou een dorpje zoals alle dorpjes, onschuldig maar tegelijk een tikkeltje verdacht, alsof ergens een mysterie verstoken zit. Je ziet in een dorp bijvoorbeeld meteen aan de perken, de fris geverfde kozijnen, de glanzend gepoetste vensters dat er hard wordt gewerkt maar tegelijkertijd zie je nooit iemand dat doen. Hoe kan dat? En dan die straten, leeg en verlaten ogen ze veilig. Maak daarentegen straten in een stad leeg en je wordt meteen bekropen door angst. Dorpen kunnen zich kennelijk nogal wat veroorloven, zoveel goodwill hebben ze. En iedereen wil er met vakantie, ook al wil niemand er wonen.

Maar Watou blijkt toch een heel ander geval. Groepjes bezoekers begeven zich langs onzichtbare lijnen door het dorp. Overal is poëzie maar wat opvalt is de alledaagsheid waarmee dat gepaard gaat. Gedichten hangen in grote letters uitgeschreven aan muren en passanten lezen ze met de vanzelfsprekendheid en aandacht waarmee voorbijgangers naar de spelende televisies in etalages van elektronicazaken kijken.

Midden op het dorpsplein staat een betonnen kubus. Daarin neemt een grote eveneens betonnen tafel het merendeel van de ruimte in beslag. Een bank nodigt uit om te gaan zitten. Door een hoog in de muur geplaatst venster is de hemel te zien.
Dan klinkt plots een mannenstem. Het is Rutger Kopland die zijn gedicht 'De tafel aan het raam' voordraagt.
"Iemand is gaan zitten aan de tafel"
Ja, inderdaad dat ben ik.
"en langzaam gebeurt het"
Een gedicht ontvouwt zich, niet alleen in woorden maar ook in wat is. Over de leegte van het blad, over de leegte binnenin, het uitzicht op de wolken en de vogels die voorbij vliegen. Tot het gedicht mijn gedachten raakt en ze beschrijft. Automatisch rijst het kippenvel. Dat is wat er steeds in Watou gebeurt: het beeld roept iets op en een gedicht gaat vervolgens in die gedachten rommelen, of andersom.

De tentoonstelling ligt verspreid door het dorp, in oude verlaten panden, boerderijen, een kerk, een school. Soms begint een boom of een struik plots een gedicht te declameren. Of loopt het gedicht met je mee als je door een laantje slentert waar Remco Campert uit de bomen klinkt "langs het diepe water dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar dat ik dacht dat geluk altijd maar".

In een kale, verlaten kamer in een oud huis, het behang nog rafelend aan de muur is op wit linnen enigszins dreigend het silhouet zichtbaar van een Spaanse souvenirpop die eindeloos batterijgestuurde pirouettes maakt. Een gedicht van M. Vasalis vult de ruimte. "Als je me kust, je hand om mijn keel"
Ik hoor het aan en verlaat de kamer in volslagen verbijstering.
Watou is een soort geruisloze achtbaan die je binnenstebuiten keert.

Terug in de straat loopt een trits meisjes in modieuze korte truitjes en laaggesneden broeken op me af. Twintig navels kijken me spottend aan als ik passeer.

In gedachten neurie ik oewattoe, oewattoe, oewattoe.

Francisco van Jole

Homepage Watou Poëziezomer

Eerder op 2525 5.0:
Schaken met de verbeelding
De Nieuwe Economie
De gadget-blues
Presentatie Blink
Wanneer ontroert het net?
Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur




DE BOEKEN


cover Valse Horizon

In Valse Horizon onderzoekt Francisco van Jole aan de hand van intrigerende praktijkvoorbeelden de inlossing van de beloftes omtrent de razendsnelle opkomst van internet in de jaren negentig. Zo is er een digitale kathedraal die al na een paar jaar meer verval vertoont dan zijn eeuwenoude stenen evenbeeld. Of het voorbeeld van de vrouw die online op zoek ging naar haar moordenaar.

Valse Horizon gaat in op vragen die door de veranderingen zelf worden opgeworpen. Is internet inderdaad het volgende massamedium na krant, radio en televisie? Waar leidt de ongebreidelde communicatiedrift onder individuen toe?

Internet is volgens Van Jole veel meer een product van onze tijd dan een voorbode van de toekomst. Misschien wel meer dan enig ander medium toont het ons wie we nu eigenlijk zijn.

Dirk van Weelden bespreekt in Vrij Nederland (19-1) Valse Horizon. Een fragment: "Het is nu een verademing om boeken te lezen als Valse Horizon, van Francisco van Jole. De toon is opgewekt cynisch, de aanpak is nuchter journalistiek en de teneur is van groot belang, namelijk dat het internet in al zijn wonderlijke eigenheid toch eerst en vooral bekeken moet worden als een onderdeel van de rest van de wereld. En beoordeeld moet worden aan de hand van criteria en normen die in de rest van de wereld gelden. Nog niet eens omdat dat principieel beter is, maar omdat je anders slecht begrijpt wat er op en met het internet gebeurt.
Van Jole laat zien hoe beroemde wapenfeiten die op het internet plaatsvonden, verklaard en gerelativeerd kunnen worden door de fysieke achtergronden en de pendanten in oude media te bestuderen. Internet is een bedrieglijke omgeving die het zicht op de geschiedenis en de omringende maatschappij vertekent en zelfs beneemt.
(...) Het internet verschijnt in zijn boek als een reusachtig spiegelpaleis, dat intens contact mogelijk maakt, maar ook zichzelf afsluit voor de rest van de wereld en draaikolken van eenzaamheid, dwaasheid en ruis oproept."

Eindhovens Dagblad: "Interessante nieuwe inzichten"
Gwrrf: "Een ijskoude bundel haarscherpe analyses over wat internet wél en (vooral) niet is. Modern bijbeltje voor digifielen en -beten."
De Cursor: "De Internetmythes die zelfs na de dotcom-crisis onverwoestbaar lijken, haalt hij met rake voorbeelden onderuit."
Rotterdams Dagblad: "Kritische geluiden uit een hoek waar die misschien het minst te verwachten viel."
Nederlands Dagblad: "Van Jole boeit. Hij weet de onderwerpen op een heldere manier te rangschikken en geeft overzicht. Daarbij is hij kritisch."
Planet Multimedia: "Het is een goed boek, simpelweg daar een van de beste Europese schrijvers over internet de tijd heeft genomen om zijn gedachten te ordenen en goed vorm te geven."
Zone 5300: "Getoetst aan de werkelijkheid legt de ene na de andere internetmythe het af en 'Valse horizon' bevat enkele mooie voorbeelden van digitale broodjes-aap."
Smallzine: "Mensen die vinden dat Van Jole altijd 'zo negatief' doet, kunnen het boek beter niet lezen."
Alt0169: "Meer dan verplichte kost voor internerds en andere geinteresseerden."

Uitgeverij Meulenhoff
oktober 2001
Paperback, 160 pagina’s
ƒ 31,95 / € 14,50
ISBN 9029070145

Online te koop bij o.a. BOL - Proxis - Boeknet - Boekenmeer - AKO


cover Blink

We bevinden ons ten kantore van een jonge internetonderneming. Het meubilair is design, de personeelsleden ogen hip en de Leider hangt ontspannen onderuit in zijn stoel. Lijkt deze plek voor wie het wil gaan maken the hottest place to be, het walhalla van de onbegrensde mogelijkheden, wie zich binnen de muren begeeft treft iets anders aan.
De hoofdpersoon van BLINK heeft een idee en wordt binnengehaald. Algauw merkt hij hoezeer tomeloze ambities en een schrijnend gebrek aan inzicht elkaar voortdurend voor de voeten lopen en wordt hij geconfronteerd met de mythomane Leider, die zijn personeel in een welhaast feodale greep houdt.
BLINK geeft een ontluisterend inzicht in leven en denken op de golven van een hype.

BLINK, dat eerder als feuilleton verscheen op 2525.com, is het prozadebuut van Francisco van Jole.


  Het programma Kunststof van de NPS op Radio 1 over onder meer Blink en werken bij internetbedrijven op het toppunt van de hype. Luister hier.

Uitgeverij Meulenhoff
december 2001
Paperback, 126 pagina’s
ƒ 24,13 / € 10,95

Online te koop bij o.a. Proxis - Boekenmeer - AKO




ABONNEREN




teksten & foto's © Francisco van Jole



HOME 4.0 (1999-2001) - HOME 3.0 (1998) - HOME 2.0 (1997) - HOME 1.0 (1996)