![]() |
|
|
23 januari 2003 ZWIJGEN De ober plaatste het schoteltje met de rekening op tafel, zette zijn handen op zijn heupen en keek naar de twee gasten. Het stel zweefde ergens rond de eind dertig. Zij was blond, gekleed in een zwarte jurk en had felrode lippen. Oogschaduw moest haar vermoeide oogopslag maskeren. De man droeg een donkergrijs pak, zijn haarlijn was zich tot op de grens van kaalheid aan het terugtrekken en de blos op zijn wangen contrasteerde met de donkere wallen onder zijn ogen. Zijn vingers speelden met het verpakkingspapier van de suikerklontjes. Ze leken allebei gedachtenloos of juist diep verzonken in een andere wereld. "Heeft het gesmaakt?" Het stel keek hem aan en knikte gelijktijdig. Uit de luidspreker boven hun hoofden gleden de zachte klanken van niets-aan-de-handmuziek het amper gevulde restaurant in. "Ik weet dat het misschien onbeleefd is maar ik kan het niet laten. Ik heb u hier de hele avond zien zitten en u heeft nog geen woord tegen elkaar gezegd. Ik zie dat wel vaker en begrijp het niet. Stellen die de hele avond zwijgend tegenover elkaar zitten. Heeft u elkaar dan helemaal niets te melden?" Er volgde geen reactie anders dan gestaar. "Het zijn natuurlijk uw eigen zaken, maar weet u hoe het is om dat de hele avond moeten aan zien? Het vliegt me gewoon naar de strot. Benauwd krijg ik het ervan. Alsof ik iemand zie verdrinken en niet kan helpen. Begrijpt u dat?" De man knikte, bewoog zijn vinger naar zijn mond die hij half opende en maakte een bijna dierlijk geluid. "Huwwuhaheu..." Hij sloot zijn mond haalde zijn schouders op en toonde zijn handpalmen als teken van hulpeloosheid. De ober verschoot van kleur, keek naar de vrouw die een excuserend gebaar maakte en vriendelijk maar verlegen lachte. "Het spijt me vreselijk. Dat wist ik niet. Sorry, sorry. Wat dom van me." Hij maakte een buiging. En nog een. En nog een. Zo gedienstig mogelijk vroeg hij "kan ik u misschien iets van het huis aanbieden?" De man schudde voorzichtig zijn hoofd, nog steeds met een glimlach die zowel sympathie als verlegenheid uitdrukte. De ober draaide zich om en verdween in de keuken. Eenmaal buiten sloeg zij al lopende haar arm om zijn middel. Haar andere hand gleed zachtjes heen en weer over zijn kruis en haar lippen bewogen naar zijn oor waar ze al knabbelend aan likte. "Dat heb je mooi opgelost," fluisterde ze. Francisco van Jole Eerder op 2525 5.0: Atomen Koffie Stoere Stumperds Liefde De scriptloze samenleving Kort en krachtig Het PowerPoint denken Machine Oewattoe Schaken met de verbeelding De Nieuwe Economie De gadget-blues Presentatie Blink Wanneer ontroert het net? Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur |
|