Watou (B) - Opzij van het kijken



Buiten de Buis
kroniek van een tv-loos bestaan (2)


19 augustus 2003

ROKEN

Televisie, zo begin ik me te realiseren, is een soort glazen oog: ook al doet het niks, het staat vreemd als het ontbreekt. Alsof er iets is weggesneden uit de huiskamer, alsof er een litteken is.
"Zet er een vaas neer," adviseerde een vriendin toen ze de lege Corras zag, een tot tv-meubel gepromoveerd nachtkastje van Ikea waar tot vorige week het toestel op had gestaan. Ik pakte prompt een zwarte glazen vaas met een lange reikende hals en plaatste die op het lege blad. Helpen deed dat niet.
"Je moet er dan wel een bloem in zetten natuurlijk."
"Ja, één enkele mooie bloem," reageerde ik enthousiast en ik zag het meteen voor me. Zo'n statig exemplaar, zo'n soort oranje reuzemargriet die ik wel eens bij de bloemist zie staan.

"Doet u mij er maar een van die grote oranje met die stevige stelen."
"Eén?"
zou het bloemenmeisje vragen om na mijn bedachtzame knik allerlei romantische ideeën te krijgen.
Maar dan... - ik onderbrak mijn eigen gedachtegang - hoe lang gaat zo'n bloem mee? Een week? Zou ik dan iedere week een bloem moeten kopen? Als straf voor het feit dat ik geen televisie heb? Dan wordt het kastje een altaar voor iets dat niet meer is. Een graf middenin in mijn huiskamer!

Ik pakte de vaas en zette hem terug op zijn oorspronkelijke plek. "Ik zit er over te denken om de banken naar het raam te draaien," zei ik tegen de vriendin. "Dan wordt het venster bij wijze van spreken een beeldbuis."
"Ja, ja..." antwoordde ze en begon op een nagel te bijten.

Vanochtend tijdens het zwemmen - het moment waarop alle piekergeschikte onderwerpen aan me voorbij trekken - bedacht ik dat het misschien iets is om een nep-televisie te kopen. Zo'n plastic mal die je wel ziet in meubelzaken. Na drie of vier slagen schoof ik het idee alweer ter zijde maar het zegt wel wat dat de afwezigheid van een toestel of iets dat er op lijkt me zo bezig houdt.
Dat geldt trouwens ook voor de andere aspecten van het televisieloze bestaan. Het levert de nerveuze mengeling van bevrijding en twijfel op die ik alleen maar ken van stoppen met roken. En het resulteert in dezelfde hyperactiviteit waarmee het afkicken van nicotine gepaard gaat. Eenmaal gestopt met roken ontdekte ik dat de sigaret vooral ook een middel is om verveling te bestrijden, of liever gezegd om jezelf een houding te geven als de verveling toeslaat. Op feestjes bijvoorbeeld, of in de horeca. Het gesprek valt stil, er wordt in de glazen getuurd, iemand loopt weg, hup een sigaret en verdwenen is dat 'wat doe ik hier?'-gevoel. Het opsteken gaat zo vanzelf dat het schrijven van deze woorden, het louter in mijn verbeelding oproepen van een dergelijke situatie, al acuut leidt tot het trek hebben in een sigaret. Terwijl ik nu ruim twee jaar gestopt ben. Eens een junk, altijd een junk.

De televisie is op zijn eigen manier de albastine voor de gaten in de dag.
Zo ging het altijd: Ik moet eigenlijk koken. Ik heb geen zin. Ik zap nog even een rondje. Gôh, haaien op Discovery. Ik moet eigenlijk gaan slapen. Ik heb geen zin. Ik zap nog even een rondje. Gôh, die film heb ik toch al eens eerder gezien? Of niet? Ik moet eigenlijk opstaan. Ik zap nog even een rondje. Daphne, dat is eigenlijk best een aardige naam. Ik moet eigenlijk gaan sporten. Hé, een stairmaster, zou ik die niet moeten aanschaffen?.
Televisie verdrijft ieder gevoel van plicht omdat het zoveel excuses biedt.
Zo lang het beeldinfuus aan staat biedt het een prettige verdoving, het kalmeert de buikpijn van de uitgestelde taken, het genereert een overweldigende lusteloosheid. Televisie is kauwgom voor de ogen, constateerde architect Frank Lloyd Wright in een of ander citatenboek. Ik denk dat het verder gaat dan ogen. Het is kauwgom voor de geest. Nee, het is piepschuim voor het bestaan.
Donderdag nog, twee dagen na de verwijdering van het toestel, plofte ik op de bank en greep automatisch naar de afstandsbediening die ik zonder nadenken richtte op het lege kastje. Dat voelde net zo bespottelijk als het klinkt en ik nam me voor dat het me geen tweede keer zou overkomen. Dus worden mijn dagen sindsdien volgepland. Geen contemplatiepauzes meer. Geen 'ik zie wel wat ik doe'-avonden. Ik spreek af, ik ga verplichtingen aan. Langzamerhand begint het besef te dagen dat het niet hebben van een televisie niet louter een ongemak is, het is een totale verandering van levensstijl. Het lijkt verdomme wel een therapie.

Dat wil overigens niet zeggen dat ik helemaal niet meer kijk. Ik kijk dvd's op de Imac die ik daartoe versleep van mijn werkkamer naar de lege Corras in de huiskamer. Maar dat is geen televise, dat is home cinema. Het beeld is even wennen, vooral het onder de juiste hoek houden van het hoofd omdat het lcd-scherm anders niet om aan te zien is. Een film van drie uur heb ik daarom in etappes van een uur verdeeld, anders krijg ik kramp in mijn nek. En ik mis de surround sound maar troost me met de gedacht dat het beter is dan niets. Het is ook een mooi ritueel, dat gesjouw met die machine. Tot ik een keer struikel natuurlijk.
Ik weet nu al dat die keer hoogstwaarschijnlijk gaat komen.

(wordt vervolgd)

Francisco van Jole


Eerder op 2525 5.0:

Buiten de Buis:
(1) Dutten

Overig:
Terugblik
Stop
Broers
Bonus
Roerloos
Zwijgen
Atomen
Koffie
Stoere Stumperds
Liefde
De scriptloze samenleving
Kort en krachtig
Het PowerPoint denken
Machine
Oewattoe
Schaken met de verbeelding
De Nieuwe Economie
De gadget-blues
Presentatie Blink
Wanneer ontroert het net?
Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur



ABONNEREN




teksten & foto's © 1996-2003 Francisco van Jole

HOME 4.0 (1999-2001) - HOME 3.0 (1998) - HOME 2.0 (1997) - HOME 1.0 (1996)