Rotterdam - 'Smoke on the water'



Buiten de Buis
kroniek van een tv-loos bestaan (3)


22 augustus 2003

STAMPPOT

NRC Handelsblad deed woensdag in de rubriek Zomerkijkers verslag van het kijkgedrag in de gevangenis. "Ik leef op die tv," vertelde een gedetineerde over het toestel in zijn cel. "Mijn vriendin vraagt weleens waarom ik geen goed boek lees of een studie ga doen. Maar daar ben ik te gemakzuchtig voor."
Ik las de woorden en het voelde alsof ik naar Dr. Phil keek en er een probleem behandeld werd waar ik zelf ook wel eens last van heb. Ja, precies. Zo is het maar net! Dat heb ik ook!

Of liever gezegd zo was het. Want sinds de tv uit mijn huis is verdwenen is alles anders. Ik overdrijf niet. Zo zijn er bijvoorbeeld de zeeën van tijd. Ik waan me bijkans Magelhaen die net Kaap Hoorn heeft gerond en de Stille Oceaan ziet liggen. Nooit geweten dat zoiets kon bestaan. Zoveel tijd om te benutten.
Want het vreemde van televisie is dat het apparaat zelfs beslag op tijd legt als het niet aan staat. Ik sta te koken bijvoorbeeld en kijk op mijn horloge. Zeven minuten voor acht. Opschieten het Journaal begint zo meteen, is automatisch mijn reactie. De dwingende plicht schept een vervelend gehaast, nee opgejaagd, gevoel. Om dan bovendien toch meestal het begin net te missen.
Of ik kijk in de krant en zie iets aangekondigd dat ik misschien wel zou willen zien maar ik heb eigenlijk iets anders gepland. Dat lijdt tot een verscheuring, een gevoel dat er te weinig tijd is. Kon ik maar dit én ook dat. Overdaad is geen pretje. Wie teveel wil komt dag te kort en wordt automatisch ongelukkig.

Natuurlijk, ik weet het, er is de oplossing van video maar het opnemen verschuift het probleem alleen maar. Als er dan tijd is om te kijken, ligt er in dezelfde huiskamer wel een boek uit de categorie 'goed boek' dat gelezen wil worden. Ik ben geboren van Georges Perec bijvoorbeeld waar Wim de Bie deze week zo laaiend enthousiast over was dat de ongelezenheid ervan bijna een schuldgevoel geeft. Maar dan: daar heb ik nu geen last van. Zelfs niet als ik Perec ongelezen laat. Dus dat gevoel van te weinig tijd hebben kan het niet zijn. Het gaat er in essentie om dat ik zonder tv het gevoel heb minder geleefd te worden, minder gedwongen tot afstomping. "Een goed boek lezen" is de eenvoudige term voor het verrijken van de kwaliteit van je bestaan. Televisie lijkt daar niet toe in staat. Integendeel.

De armoede komt het beste tot uitdrukking in een van de ergste verschijnselen die ik ken: het nuttigen van de maaltijd zittend voor de televisie. Het schijnt een van hoogste vormen van genot of troost te zijn in het moderne leven. Op de bank kruipen met een bord warm eten en dan tv kijken. Ik herinner me dat de topcrimineel De Hakkelaar werd gearresteerd met een bord zuurkool op zijn schoot terwijl hij naar Studio Sport keek en dat half publicerend Nederland - of in ieder geval Jan Mulder - dat omschreef als de ultieme manier om voor de buis te zitten.
Zou het typisch Nederlands zijn? In dit land heeft men immers een ongekend grote afkeer van het ritueel 'maaltijd'. Het eten wordt bij voorkeur lopend op straat genuttigd en als dat dus niet kan dan maar met een bord op schoot bij de tv. Alsof eten iets is waar je geen aandacht aan moet schenken. In de gemiddelde Nederlandse film wordt de maaltijd als een kwelling gepresenteerd, niet als een moment van geluk of saamhorigheid. Misschien verklaart het ook waarom kotsen zo populair is in Nederlandse scenario's.

Stamppot of een liever nog een roerbakmaaltijd - de hedendaagse vorm van stamppot- in een bord en dan hangen op de bank. Dieper kun je als mens niet zinken. Alle ingrediënten door elkaar gepletterd tot een brij zodat het niet uitmaakt waar de vork de voedelmassa binnendringt. En dan - nog steeds zonder er naar te kijken - hup de hap naar binnen schuiven. Een massa zo zacht dat je niet meer hoeft te kauwen. Varkens hebben nog meer aandacht voor hun eten en daarmee ook meer respect voor zichzelf.
Ondertussen kijken we naar beelden die iets soortgelijks met onze hersens doen. Een stroom zachte, weke informatie wordt naar binnengepropt. Wanneer heb je voor het laatst een programma gezien waarbij je echt moest nadenken? Zo hard nadenken dat je je kwabben als het ware voelde? Niet, nooit. Alles wordt voorgekauwd.

Maar daar is televisie ook niet voor bedoeld. Het is een ontspanningsinstrument, een schommelstoel voor de geest.
De dvd die ik op de Imac in de huiskamer bekeek was een tv-film. Arabian Nights, een drie uur durende vertaling van 'De vertellingen van Duizend-en-Eén nacht'. Een alleraardigste verfilming trouwens. Maar tegelijkertijd toont het wat televisie is en doet. Een eeuwenoud meesterwerk van ruim drieduizend bladzijden wordt gecomprimeerd tot honderdtachtig minuten beeld, van de duizend en één nachten blijven er vier of vijf over en daarin worden verhalen verteld als 'Ali Baba en de Veertig Rovers' en 'Aladdin en de Wonderlamp'. Dat is typisch omdat juist deze twee verhalen voor zover bekend nooit deel hebben uitgemaakt van de oorspronkelijke Arabische verhalenserie. Ze zijn in de achttiende eeuw toegevoegd door de Fransman Antoine Galland. Er is zelfs niet bekend of ze van oorsprong wel Arabisch zijn.
Dat is allemaal niet erg en de film Arabian Nights is niet eens zo'n slechte poging om de sfeer van de verhalen van Duizend en één nacht te vangen, bijvoorbeeld door de toevoeging van eigentijds grappen maar de geest van de verhalen ontsnapt daardoor wel. Wie 'Duizend en één nacht' leest, drenkt zichzelf in de verhalen. Het is me tijdens het lezen echt overkomen dat me plots het gevoel bekroop dat er een djinn zou verschijnen of een ifriet.
Tegelijkertijd bevatten de verhalen de schitterende paradox die het wereldnieuws nog steeds beheerst. De fundamentalistische moslims bijvoorbeeld die tegelijkertijd zowel hun vreugde over een verwoestende aanslag kunnen uiten als beweren dat de CIA er achter zat en dat de daad helemaal niet het werk van moslims is. In Duizend en één nacht komt die verenigde tegengesteldheid voortdurend terug. De kalief is ontzet als hij hoort van een gruwelijke moord en zegt tegen zijn vizier: "Bij God, ik zal de dood van dit meisje wreken en de moordenaar op de wreedste wijze laten ombrengen. Als jij haar moordenaar niet onmiddellijk opspoort, zal ik jou en veertig familieden laten ophangen."
Arabian Nights laat die tegenstelling niet zien of lacht hem weg. Zoveel complexiteit kan de buis niet verdragen.

In het begin was ik bang dat ik in mijn tv-loze bestaan dingen zou missen. Het live concert van de Rolling Stones bijvoorbeeld. Maar dat blijkt reuze mee te vallen. Televisie, zo merk ik, is al lang niet meer het dwingende gesprek van de dag. Er zijn geen programma's meer die iedereen gezien of die je gezien moet hebben. Ik kan me vergissen maar in de jaren tachtig, het hoogtepunt van het tv-t ijdperk, gingen de gesprekken over de onvermijdelijke programma's. Koot en Bie bijvoorbeeld. Als je een aflevering gemist had, ontging de conversatie je en kreeg je een meewarige blik toegeworpen als je toch wilde meepraten of informeerde naar wat er dan precies geweest was.
Nu gaan gesprekken bijna vanzelfsprekend over wat de een wel en de ander niet gezien heeft. We kijken als het ware in deeltaken, de een ziet dit, de ander dat en we houden elkaar op de hoogte. Ik ken maar een paar mensen die de serie 24 op de BBC volgden, terwijl volgens mij Twin Peaks indertijd echt door iedereen in mijn omgeving gevolgd werd. Maar misschien is dat een door de wens van de gedachte vertekende herinnering.

Ik doe er steeds een beetje mies over maar de opdringerigheid is misschien wel juist het beste aspect van de televisie. Dat vind ik bijvoorbeeld voor het Journaal gelden. Het voordeel van tv-nieuws boven krant of internet is dat er nauwelijks zelf geselecteerd kan worden. Het dwingt me zaken te volgen die amper mijn natuurlijke interesse hebben. CAO-onderhandelingen bijvoorbeeld, die hebben me nooit kunnen boeien en ik zal er nooit een letter over lezen. Terwijl het wel handig is om vaag te weten wat er speelt zodat je niet verrast wordt als je langer op de ambulance moet wachten, om maar wat te noemen. Hetzelfde geldt voor sportprestaties.
Maar in de praktijk wordt die functie net zo goed vervuld door radionieuws. Misschien is het nog te vroeg maar ik heb niet het idee dat er iets is dat me ontgaat. Integendeel,ik lees de krant beter en geduldiger.

Tot nu toe leverde de afwezigheid van de televisie het soort gelukzaligheid op dat gepaard gaat met een overwinning op jezelf. Ik vertel aan iedereen over mijn bevrijding, zoals bekeerlingen meestal doen. De nadelen die soms voorzichtig geopperd worden, hoon ik weg. De werkelijkheid laat zich gemakkelijk verdringen door overtuigingskracht. "De beelden van 11 september? Ach, het gaat toch niet om die beelden. Het gaat om de beleving," zeg ik op een verjaardagsfeestje tegen een collega. "Weet je wat mijn beeld van 11 september is? Het video-interview dat op mijn harddisk staat met een man die verantwoordelijk was voor de beveiliging van de gebouwen. Die een jaar voor de aanslag uitlegt dat de twee torens onverwoestbaar zijn. Hij vertelt trots dat er zelfs een vliegtuig naar binnen kan vliegen en dat ze dan nog steeds overeind zullen blijven staan. De man werkte zelf in een van de torens en is bij de aanslag omgekomen. Het interview is bij mijn weten nooit op de Nederlandse tv uitgezonden. Ik heb het van internet geplukt," zeg ik voldaan.
En ik verwijs naar de bundel 'De Wanhopige Vraag naar Waarom' waarin Marcel Möring in het gelijknamige essay beschrijft hoe we gezamenlijk de 11e september en de dagen er na doormaakten. Hoe we radiootjes kochten, buitenlandse kranten scoorden en gesprekken voerden terwijl we tegelijkertijd met een oordopje in naar de nieuwsbulletins luisterden. Televisie? Nee, nauwelijks.
Thuisgekomen pak ik het boek uit de kast en lees ik de passages nog eens na. Hm, er zat toch meer beeld in dan ik dacht. We hebben die hele avond in verbijstering naar de buis gestaard, staat er. Zo ook de volgende ochtend.
Dat is het nadeel van enthousiasme, het laat geen ruimte voor twijfel. Ik meen serieus dat ik me niet meer kan voorstellen dat ik de televisie ooit zal missen.

Dat wil zeggen: tot gisteren. Toen viel geheel onverwacht een brief in de bus. "Middels dit schrijven delen wij u mede dat, de door u aangeboden reparatie gereed staat om af te halen." Nu al? Ze hadden toch drie tot acht weken beloofd?
Ik voel me als een afgekickte junk die hoort dat er een drugsdealer naast hem komt wonen. De verschrikking, maar wat nog erger is meteen ook de lol. De eerste gedachte die door mijn hoofd ging was: "Wie zou er zondag bij Zomergasten zitten?"
Daarna sloeg de stemming om. Ik hoefde hem natuurlijk niet meteen op te halen. Ik zou kunnen wachten.

(wordt vervolgd)

Francisco van Jole


Eerder op 2525 5.0:

Buiten de Buis:
(1) Dutten
(2) Roken

Overig:
Terugblik
Stop
Broers
Bonus
Roerloos
Zwijgen
Atomen
Koffie
Stoere Stumperds
Liefde
De scriptloze samenleving
Kort en krachtig
Het PowerPoint denken
Machine
Oewattoe
Schaken met de verbeelding
De Nieuwe Economie
De gadget-blues
Presentatie Blink
Wanneer ontroert het net?
Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur



ABONNEREN




teksten & foto's © 1996-2003 Francisco van Jole

HOME 4.0 (1999-2001) - HOME 3.0 (1998) - HOME 2.0 (1997) - HOME 1.0 (1996)