Basel - The room is a view |
Buiten de Buis kroniek van een tv-loos bestaan (4) 1 september 2003 KOEIEN "Kunt u me misschien ook vertellen wat er precies is gerepareerd?" vroeg ik aan de baliebediende die ik zojuist 121 euro en 15 cent had overhandigd. Voor het eerst sinds mijn binnenkomst keek hij me aan. Het voelde alsof ik een bloemetjesjurk droeg. Ik hoorde hem denken "alsof dat zin heeft..." "Eh, ja hoor... natuurlijk." Hij tuurde van een afstand naar het beeldscherm dat op de balie stond. "De voeding is vervangen" zei hij tegen het beeldscherm, daarna keek hij me weer aan, kneep zijn ogen een beetje dicht en perste zijn lippen samen tot de begripvolle maar superieure uitdrukking van iemand die een onbeholpene een dienst heeft bewezen maar het daar verder graag bij wil laten. Alstublieft, hier is de pen die u heeft laten vallen. Alstublieft, een doekje om de koffievlek weg te vegen. Alstublieft, zo gaat de parkeerkaart in de automaat. Alstublieft, neemt u mijn bonuskaart maar even. "De voeding is vervangen," herhaalde ik alsof dat een manier was om beter te begrijpen wat die magische woorden betekenden. "Ja, er is een nieuwe voeding in gezet," kaatste het terug. Hij maakte nog eens het gebaar met de ogen, de lippen. Maar nu keek hij al voorzichtig langs me heen, alsof hij zich tot de volgende klant wilde richten. Ik draaide mijn hoofd om. Er stond niemand. "Dat is wel snel, het apparaat is amper twee jaar oud," zei ik. De afgelopen dagen had ik die zin vaak geoefend. Meestal onder de douche. Ik stelde me dan de verschrikte, berouwvolle reactie van de baliemedewerker voor. "Voor een apparaat van ruim 1500 euro," had ik dan nog eens ingepeperd. De schouders van de reparatieman zakten in hanghouding, de kin ging naar beneden. Het was duidelijk, hier werd spijt betuigd. Ik zou hem langdurig aankijken, vastberadenheid uitstralen, net zo lang tot hij zijn verantwoordelijkheid zou nemen door de nota te verfrommelen. Maar zo ging het niet. Ik zei het om te beginnen al niet luid en duidelijk maar ik mompelde het terwijl ik mijn ogen afwendde. Ongeveer zoals ik laf "ja, het was lekker" brabbel tegen een ober die een praktisch onaangeroerde maaltijd afruimt en met sadistisch genoegen vraagt "heeft het gesmaakt?" Je weet immers maar nooit wat er gebeurt als je 'nee' antwoordt. Misschien slepen ze je mee naar de keuken, achter de klapdeuren, waarna nooit meer iets van je wordt vernomen. De man achter de balie schrok niet van mijn gemompel. Hij barstte ook niet in lachen uit. Hij deed voornamelijk helemaal niets. Zijn uitgespreide vingers bleven rusten op de rand van de balie. In zijn hoge voorhoofd verscheen geen rimpel. Zijn ogen knipperden niet. Hij zweeg. Vanuit zijn borstzak keken drie balpennen - rood, zwart en blauw - me roerloos aan. Ik had verloren, dat was duidelijk. Het geld was betaald, de garantietermijn verlopen en ik kon niet anders dan accepteren dat ik twee jaar geleden gewoon een slechte koop had gedaan. Het was allemaal mijn eigen schuld. Ik was dan misschien wel een held met de afstandsbediening die thuis meedogenloos van kanaal naar kanaal kon zappen, hier was ik niet meer dan een bonnetje op een prikker. Mijn eigenwaarde had toch al een knauw gekregen. Tegen iedereen had ik verteld over de geneugten van het tv-loze bestaan, over de lust, de bevrijding. Maar nog geen etmaal nadat ik de brief in de bus had gevonden, stond ik hier bij de servicebalie te popelen om de tiran op te halen en het televisieregiem te herinstalleren. Het voelde als heimwee naar de cipier. Ik was een jaar of tien oud toen er in de buurt van het dorp een boerderij afbrandde. Terwijl de samengestroomde menigte toekeek hoe de vlammen het rieten dak weglikten, waren de brandweer, boer en enkele knechten panisch bezig de koeienstal leeg te halen. Dat was lastig omdat de koeien, het schuim op de bek en met het wit draaiend in hun ogen, als ze naar buiten gebracht waren steeds weer terug wilden keren, recht naar de vlammenzee. Voor de omstanders was het overduidelijk bewijs voor de domheid van koeien maar dat leek me onwaarschijnlijk. Zo dom kon geen wezen zijn. Tegelijkertijd had ik geen andere verklaring voor dit onbegrijpelijke gedrag. Onbegrijpelijk tot aan vandaag. Ik voelde me nu als zo'n koe. Ineens drong het tot me door. En het geheim was dat er niets te begrijpen viel. Mijn tv was klaar dus haalde ik hem op. Er is paniek dus ga je terug naar de stal. Het is het soort inzicht dat de warme gloed van alwetendheid afgeeft maar tegelijkertijd niet is uit te leggen. Het soort heerlijk inzicht dat is voorbehouden aan mensen die praten over karma, aura en die ingewijd zijn in de mystiek van de vliegende theeketel. Net voor ik me met de bon naar de uitgang begaf om het toestel, dat de omvang heeft van een keukenkastje en het gewicht van een invalide bejaarde, op te halen aan de achterzijde van de winkel bedacht ik me. "Hoe komt het eigenlijk dat een voeding stuk gaat?" vroeg ik de baliemedewerker. Hij raakte zichtbaar uit balans. "Hoe dat komt? Eh.. ja.... Even kijken of ze er iets over zeggen" Hij dook weg achter het beeldscherm. Nu pas zag ik hoe die dingen als eigentijds schild fungeren of liever gezegd als kantelen. Mensen kunnen zich er achter schuil houden. Ik zag een kantoorzaal voor me met een zee aan monitoren. Af en toe dook er een gezicht op langs de randen, een snelle inspecterende blik en dan weer terug in de veilige positie. De muis als de kruisboog van het kantoorgevecht. Het hoge voorhoofd kwam weer tevoorschijn. Hij stond op en friemelde met zijn linkerhand aan de balpennen in zijn borstzak om zichzelf een houding te geven. "Warmte he? Daar zijn ze heel gevoelig voor." "Warmte?" "Ja, slechte ventilatie, dat hakt er stevig in. Heel belangrijk." "Het zou dus door de hittegolf kunnen komen?" "Nou... nu u het zegt. Dat zou heel goed kunnen. Jazeker." Hij klonk bijna opgelucht. Terwijl ik naar de achterzijde van het gebouw liep merkte ik dat ik me beter voelde. Ik had me toch niet zonder slag of stoot overgegeven, als een mak lam. Die vraag over de oorzaak was goed aangekomen, daar wist-ie duidelijk niet meteen een antwoord op. En de hitte, tja daar kon niemand wat aan doen. Had ik toch geen miskoop gedaan. Ik draaide de hoek om en zag hem daar staan op een karretje. Het grijze monster. (wordt vervolgd) Francisco van Jole Eerder op 2525 5.0: Buiten de Buis: (1) Dutten (2) Roken (3) Stamppot Overig: Terugblik Stop Broers Bonus Roerloos Zwijgen Atomen Koffie Stoere Stumperds Liefde De scriptloze samenleving Kort en krachtig Het PowerPoint denken Machine Oewattoe Schaken met de verbeelding De Nieuwe Economie De gadget-blues Presentatie Blink Wanneer ontroert het net? Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur |