Rotterdam - Er bestaan geen lelijke zonsondergangen. |
Buiten de Buis kroniek van een tv-loos bestaan (6) 21 september 2003 VRIENDEN Tot nu toe heb ik geschreven over de geneugten van het televisieloze bestaan maar ondertussen verzweeg ik een aantal schrikbarende ontdekkingen. Dat alles overschreeuwende gejubel - en het verzwijgen van de nadelen - hoort bij het afkicken, bij het gevoel van overwinning en bevrijding. Het is therapeutisch. Dat is niet zomaar een kreet, het is echt zo. Ik ben immers ervaringsdeskundige en dat wil in de huidige wereld zeggen dat ik automatisch recht van spreken heb. Soms staat in de krant of tijdschrift een ingezonden brief van een junk die afscheid genomen heeft van naald dan wel fles of van een man die opgehouden is zijn vrouw en kinderen te slaan of van enig ander die zijn wil heeft laten overwinnen op het slechte genot. In de brief wordt die zege en vooral wat voor ellende en wangedrag er aan voorafging beschreven. "Ik heb geleefd als een beest. Drie flessen drank, een strip rophynol en drie zware mishandelingen was de routine van een dag. Ik heb niet alleen mijn eigen leven verwoest maar ook dat van anderen. Nu niet meer." Zo'n openbare bekentenis is meestal onderdeel van een officiële therapie. Het werkt louterend. "Schrijf de verandering in je leven op en kom er voor uit," zegt de therapeut op een toon alsof hij een nu wel héél bijzondere aanpak voorstelt. Een blad als 'Mijn Geheim' staat er vol mee. Nee, niemand kent dat blad. Of niemand wil het kennen en dat doet onbedoeld de titel eer aan maar het ligt in iedere kiosk en zit in iedere leesmap. De aaneen geniette ontboezemingen van dapper gedragen eenzaam leed zijn razend populair in gevangenissen en andere inrichtingen. Nooit staat er in zo'n brief "ik ben opgehouden anderen af te tuigen maar jezus wat is dat saai" of "leven met heroïne was niet ideaal maar het gaf me wel een doel in het bestaan". Dat soort ontdekkingen hoort niet bij afkicken. Dinsdagavond zag ik voor het eerst in weken weer eens televisie. Heel kort maar. In de kelder van een omroepgebouw hing naast een troosteloze koffieautomaat in een beugel aan het plafond een verder voor niemand spelend tv-toestel. En terwijl in de verlaten Oost-Duits aandoende omgeving het bruine vocht in een plastic beker druppelde, langzaam alsof het echt espresso was, zag ik op de buis een wanhopige poging tot glamour. Dat moet de Sterrenbeurs zijn, dacht ik. Zo erg is het dus. Ik lees geen tv-gids, ik sla de tv-pagina's in de kranten over, ik stop bijna mijn vingers in mijn oren zo gauw het ergens over tv gaat en toch weet ik meteen, dat wil zeggen in een fractie van een seconde, wat ik zie. Ook al heb ik het nog nooit eerder gezien. Dat is niet opmerkelijk, dat is krankzinnig. Vroeger, toen ik nog tv keek, deed ik er wel eens spelletje mee. Hoe lang moet je iets zien op de buis voordat je weet wie of wat het is? Een soort patroonherkenning, een van de ingewikkeldste processen van de hersenen. Een silhouet of soms nog minder blijkt voldoende om een tv-ster te herkennen. Als ik er over nadacht hoeveel van dergelijke informatie er in mijn hersens moet zitten om ze zo razendsnel te kunnen deduceren, werd ik bijkans misselijk. Had ik in plaats daarvan er niet beter klassieken in kunnen stoppen, of schone kunsten, of exacte wetenschappen? Als ik naar de sterrenhemel kijk kan ik pas na lang staren met moeite de Grote Beer ontwaren en soms de Kleine, als ik klassieke muziek hoor moet ik een heel traject afleggen om de componist te achterhalen en dan nog blijft het een gok maar ik heb maar een flits van de oorlel van de eerste beste tv-ster nodig om te weten wie het is. Ik zou geen lied van Marco Borsato kunnen noemen maar ik herken hem meteen. Het vreemde is trouwens dat die herkenning zich grotendeels tot het toestel zelf beperkt. Zo gauw je een tv-ster in levende lijve, full frontal ziet, rijst meteen de twijfel. Is dat...? Echt? Ik zag Adam Curry en Gordon en iemand die sportprogramma's presenteert maar van wie ik de naam niet ken, badend in het blauwe licht dat bij glamour hoort en ik prees me gelukkig dat ik dat soort dingen nooit meer zie. Ik zou kunnen uitweiden over de inhoudsloosheid maar dat doet meen ik iedereen al, met name de mensen die er naar kijken. Televisie kijken is voor een groot deel van de mensheid zoiets als horoscopen lezen. Ze verkondigen dat het flauwekul is, dat ze er natuurlijk niet in geloven maar ze lezen ze toch want ja... Ja wat? Ze moeten iets te lezen hebben? Ze moeten hun brein voeden en ze kiezen voor iets risicoloos? Iets wat nooit wezenlijke vragen oproept of existentialistisch onbehagen los maakt? Ik heb lange tijd in fabrieken gewerkt en in andere omgevingen waar nadenken, laat ik het zacht uitdrukken, niet gestimuleerd wordt. Daar klonk altijd muziek. Zelfs al draaiden de machines zo hard dat het dragen van oorbeschermers noodzakelijk was dan nog klonk er muziek. En als we in de auto stapten dan ging de muziek aan, en als we thuiskwamen ook en 's ochtends op de wekkerradio alweer. Arbeidsvitaminen bleken de perfecte pijnstillers. Angst voor de pijn van de stilte. Als het stil is rest er niets dan je eigen gedachten en nogal wat mensen zijn daar bang voor. Of dat is omdat ze dan geconfronteerd worden met een gapende leegte of juist niet, is me niet geheel duidelijk. Schopenhauer was vast overtuigd van het eerste - een gebrek aan motieven noemt hij dat. Misschien is het gemakzucht, zoals de meeste mensen die op een roltrap staan geen enkel probleem zouden hebben met traplopen. Ze kunnen wel maar ze willen niet en ze hebben - althans op korte termijn - groot gelijk. Muziek als roltrap voor de geest. Ik zag Adam Curry en Gordon en die sportpresentator zonder te beseffen dat de herkenning betekent dat ik ze ken, dat ze onlosmakelijk deel uitmaken van mijn bestaan. Dat bewustzijn kwam pas later. Op donderdagavond om precies te zijn. De avond strekte zich uit als een onbeschreven rooster dat ver voorbij twaalven reikte. Ik stond op het balkon, zag in de huiskamers van het andere flatgebouw de toestellen branden en ik werd onverwacht overvallen door een gevoel van eenzaamheid, of liever gezegd afgesnedenheid, dat ik nooit eerder had gevoeld. Alsof ik een zeeman was die naar lichtjes aan de horizon staarde. Ineens realiseerde ik me dat ik eigenlijk bijna geen vrienden heb, nauwelijks contact heb met collega's en amper een sociale omgeving. Ik haast me er bij te zeggen dat het in de praktijk erg meevalt maar op dat moment voelde het zo. En ik besefte dat ik mijn televisievrienden miste. Dat ik verlangde naar Jeroen, Paul, Clairy, Fons, Sacha, Karel, Frits, Henk en al die andere voornamen. Niet omdat ik zo'n behoefte aan ze had maar louter omdat ze er niet waren, omdat ik ze niet meer zag. Het gevoel dat je kunt hebben bij het bezoeken van een plaatselijk evenement waar je geen enkele bekende tegenkomt. Onthechting heet dat met een woord dat net zo pijnlijk klinkt als het is. Ze, de imaginaire tv-vrienden, waren er immers altijd geweest om de spoken van de vrije tijd en het alleen zijn te verdrijven. Als gezelschap bij het avondeten, als gesprekspartner in een conversatie die bestaat uit meedenken - 'ja precies, zo is het'. Daar voor me in de stad, leefde iedereen met Jeroen, Paul, Clairy, Fons, Sacha, Karel, Frits, Henk en nog meer. Hoe hun buren heten weten ze niet, noch de straat aan de achterkant van hun huis, maar ze hebben hun tv-vrienden. Ik daarentegen, ik kende helemaal niemand meer. Ik was een ex-verslaafde temidden van junks. Ik voelde het verzwegen verdriet van Mijn Geheim. (wordt vervolgd) Francisco van Jole Eerder op 2525 5.0: Buiten de Buis: (1) Dutten (2) Roken (3) Stamppot (4) Koeien (5) Geen Kip Overig: Terugblik Stop Broers Bonus Roerloos Zwijgen Atomen Koffie Stoere Stumperds Liefde De scriptloze samenleving Kort en krachtig Het PowerPoint denken Machine Oewattoe Schaken met de verbeelding De Nieuwe Economie De gadget-blues Presentatie Blink Wanneer ontroert het net? Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur |