2525 Francisco van Jole

7Mar/1021

Het einde van de concentratie

Een van mijn favoriete bands, Tindersticks, heeft een optreden in Nederland gestaakt omdat het geklets van het publiek de muziek overstemde. Het is een fenomeen dat almaar groter lijkt te worden: naar concerten ga je niet om te luisteren maar om te praten. Maar het gaat verder dan muziek. Twee jaar geleden schreef ik er een beschouwing over voor het blad Dif. Hier is die tekst.

We willen alles en wel nu meteen. Daarom beleven we niets meer.

De kop boven de recensie in de Volkskrant loog er niet om: ‘Concert Joan as Policewoman kansloos door gênant gekakel’. Dat klonk niet als een observatie maar als een lang opgebouwde irritatie die tot uitbarsting kwam. Met reden. Zangeres Joan Wasser, vriendin van wijlen Jeff Buckley, had net een cd uitgebracht waarop ze zingt over de strijd van haar moeder tegen kanker. Die liedjes zou ze ten gehore brengen tijdens een festival in Den Haag maar dat lukte niet. Het publiek ging onderling zo luid met elkaar in gesprek dat het optreden nauwelijks nog te beluisteren viel.

Dat ‘gênante gekakel’ lag niet aan het optreden zelf. Het is een trend die steeds meer terrein wint: publiek dat ergens heen gaat en niet kijkt of luistert maar gewoon luidkeels met elkaar ouwehoert. Het is gedrag dat de hele beleving van muziek verstoort en vooral zachte gevoelige nummers om zeep helpt. Zowel voor maker als luisteraar.

In Paradiso hoorde ik Isobel Campbell smeken of het publiek alsjeblieft stil wilde zijn. In Rotown speelde Jonathan Richman uit zelfbescherming volstrekt in zichzelf gekeerd ‘As my mother lay lying’ over het sterfbed van zijn moeder. Zijn gevoelig woorden waren onverstaanbaar door het allesoverheersende gewauwel van het publiek. Violiste Sophie Solomon dreigde tijdens een optreden een rustig nummer niet te spelen als het publiek zoveel lawaai bleef maken.

Ik heb me tijdens een optreden - na drie keer langzaam tot tien tellen - wel eens tot zo iemand gericht. Ze besprak met haar partner zo luid haar nieuwe keuken en andere verbouwingsperikelen dat  ik het idee had beland te zijn in een opname van Eigen Huis & Tuin, in plaats van een concert.

Vind je de muziek niet mooi, vroeg ik zo vriendelijk mogelijk, mijn kaakspieren dwingend tot een glimlach.

Hoezo?

Omdat je er niet naar luistert en het mij onmogelijk maakt wel te luisteren.

Ze keek alsof ik haar net een nieuwe variatie op de relativiteitstheorie had voorgelegd.

Het zwijgen duurde anderhalf nummer. Toen begon ze te fluisteren en even later was de conversatie weer op weekmarktvolume aan de gang.

Praten is het nieuwe roken.

Het beperkt zich niet tot muziek. Bioscopen kampen met hetzelfde probleem: publiek dat zich gedraagt alsof ze thuis op de bank naar de home cinema kijken en ondertussen met elkaar doorkletsen. Dat leidt tot de merkwaardige situatie dat filmliefhebbers zelf beter ook gewoon thuis kunnen blijven, daar vinden ze een stilte die in de gedeelde ruimte een zeldzaamheid is geworden.

Het is lastig te begrijpen gedrag. Publiek dat een kaartje koopt om ergens van te genieten en er vervolgens nauwelijks aandacht voor heeft. Het is alsof ze in een restaurant zitten en het eten vervolgens niet aanraken. Dat doen alleen mensen met een eetstoornis. Anorexia nervosa.

Het kakelende publiek heeft last van iets soortgelijks: ze zijn niet in staat zich te concentreren. Aan die concentratiestoornis lijden hele volksstammen en het worden er steeds meer. Het is een gebrek dat door alle sociale lagen heenloopt. Het is de ziekte van het digitale tijdperk.

Die ziekte heet Continuous Partial Attention syndroom, oftewel CPA. De term werd gemunt door Linda Stone, die in de jaren negentig bij Microsoft onderzoek deed naar virtuele werelden. Zij ontdekte dat gebruikers voortdurend in en uit dergelijke omgevingen willen glippen. Dat is werkelijkheid geworden want als je e-mail, sms, chat en andere klikverleidingen ziet als de virtuele wereld dan trekt die voortdurend onze aandacht. Wie langer dan twee minuten een telefoongesprek voert met iemand die achter een bureau zit merkt al. Er verandert dan iets in de stem, in de reactiesnelheid en je weet het: de aandacht is verdwenen en de gesprekspartner heeft de ogen op het scherm gericht om een e-mail te lezen of andere informatie tot zich te nemen.

Dat heet met een vriendelijke woord multi-tasken. Je doet twee of meerdere dingen tegelijk. Of misschien is ‘probeert twee dingen tegelijk te doen’ een betere definitie. Want hoewel multi-tasken wordt gezien als een wenselijke vaardigheid zijn de gevolgen desastreus. In plaats van dat de productiviteit stijgt - het doel van multi-tasken - neemt deze dramatisch af.

De Britse staatsman en auteur Lord Chesterfield (1694-1773) stelde: “Er is tijd genoeg voor alles in de loop van de dag, zo lang je maar een ding tegelijk doet, maar er is te weinig tijd in het jaar als je twee dingen tegelijk wilt doen.” Bijna driehonderd jaar later bewijst hersenonderzoek dat hij de spijker op de kop sloeg. Multi-tasken kost meer energie dan de som der delen. Wie twee of meerdere dingen tegelijk doet belast zijn hersens extra omdat die voortdurend de keuze moeten maken naar welke taak de aandacht moet gaan.

In de praktijk leren hersenen dat steeds beter maar dan nog gaat er kostbare aandacht verloren aan het keuzeproces zelf op. Aandacht die je je juist extra nodig hebt.

Multi-tasken is dan ook rampzalig als het gaat om het opnemen van informatie. Onderzoek wijst uit dat mensen die informatie opnemen terwijl ze multi-tasken de gegevens op een andere plek op slaan dan als ze zich op een taak concentreren. Die andere plek is het deel van de hersens waar nieuwe vaardigheden mee worden geleerd terwijl gegevens uit geconcentreerde studie direct naar het deel gaan waar informatie voor langere tijd wordt opgeslagen.

Al multi-taskend door het leven gaan is als een avondje zappen bij de televisie: alle tijd is verdwenen zonder dat je werkelijk iets wijzer bent geworden. Dat ligt niet aan de hoeveelheid informatie maar aan de methode: de informatie kan niet op de plekken in je hersens komen waar waardevolle gegevens opgeslagen worden.

De psycholoog die dat ontdekte, Russel Poldrack, stelt dat we biologisch niet toegerust zijn voor multitasken maar juist voor gericht werken. Dat laatste is eenvoudig te testen. Laat je blik glijden over om het even welk tafereel, bijvoorbeeld een weiland. Zo gauw daar iets in verandert, een vogel die opvliegt, is je blik daar op gericht. Meteen. Je vergeet al het andere en concentreert je op de verandering om de informatie op te nemen. Je bent niet in staat dan nog iets anders te zien. Of je moet niet willen weten wat de vogel doet.

Op internet hebben lezers de aandachtsspanne van een sprinkhaan, verzuchtte bestseller-auteur Stephen King een paar jaar terug toen een poging van hem tot digitaal uitgeven mislukte. Dat klonk als een botte belediging maar het is een feitelijke constatering. Al langer wordt voor internet de de regel gehanteerd dat teksten niet lang mogen zijn. “De ideale tekst is honderd tot tweehonderd woorden lang,” beweert Nick Denton, oprichter van het succesvolle weblog-imperium Gawker en bekend van onder meer Gizmodo.

Kort is het antwoord op het oprukken van multi-tasken en het verdwijnen van concnetratievermogen. Kort, kort, kort. Korte verhalen, korte filmpjes. Helpt het? Nee, ze verergeren het probleem. Want al die versnipperde informatie leidt tot het gevoel dat er teveel informatie is, een information overload. Omdat we geen tijd meer hebben, storten we ons niet meer in lange verhalen maar willen we alles opgediend hebben in hapklare brokken. Of liever gezegd wat we denken dat hapklare brokken zijn. Want het grote geheel moeten we er nog steeds zelf uit destilleren. Dat kan niemand voor ons doen. Pak een boek, scheur alle bladzijden er uit, gooi ze los in een doos en overhandig ze aan iemand met de opdracht: ‘moet je lezen, goed verhaal.’ Alleen al het idee dat de pagina’s op volgorde gelegd moeten worden zorgt voor meer stress dan dat het lezen van het oorspronkelijke werk ooit gekost zou hebben.

Dat besef begint langzaam maar zeker door te dringen. Tegen de multi-tasking rijst verzet. In bedrijven worden topless-meetings gehouden. Dat zijn geen vergaderingen zonder bovenkleding maar zonder laptops, blackberry’s, iphones of mobiele telefoons. Meetings waarbij er aandacht is voor elkaar in plaats van voor de apparaten. De bedenker van de topless-meetings Dan Saffer hanteert als stelregel dat mensen die niet zonder apparaat kunnen, niet op zo’n vergadering thuishoren.

Voor concerten wordt geexperimenteerd met draadloze koptelefoons in het publiek, zodat iedereen goed geluid heeft en in een klap het gewauwel probleem is opgelost. In bioscopen zou de klets-ergernis ook zo weggenomen kunnen worden.

Als we dat zouden willen, want multi-tasking is verslavend. We worden rusteloos als we het niet meer kunnen doen. Het geeft ons het gevoel onthecht te zijn. We willen altijd kunnen sms-en, weten of er mail is of iets kunnen googlen.

De remedie tegen die rusteloosheid is juist het tegendeel. Wie zich concentreert komt vanzelf tot rust. Bij religies wordt dat onderdompelende effect zelfs benut als spirituele ervaring. Het worden bidden genoemd. Maar je kunt ook gewoon een boek lezen. Dat is overigens net zo gevaarlijk als multi-tasking. In de 19e eeuw werd leeszucht als een bedreiging gezien. Mensen die de hele dag met hun hoofd in opperste concentratie in de boeken zaten, werden gezien als een maatschappelijk probleem. Deze zogeheten boekenwurmen hadden immers geen oog meer voor hun omgeving. “Het lezen van goede geschriften is ongetwijfeld in het algemeen allernuttigst, een onmatige leeslust is echter gevaarlijk,” schreef het cultureel maandblad ‘Bijdragen aan het Menschelijk Geluk’ in 1789.

Lord Chesterfield had gelijk. Je kunt het alles doen maar alleen achtereenvolgens. Dus eerst het boek lezen, dan naar de film en pas daarna er met elkaar over praten. Maar die constatering had ik aan het begin moeten maken want het grootste deel van de lezers is inmiddels afgehaakt. Hun aandacht is tijdens het lezen opgeeist door andere zaken. Het kleine overgebleven deel dat deze woorden wel leest heeft dit advies niet nodig. Daarom is de concentratie ten dode opgeschreven. Omdat de noodzaak er van nooit doordringt tot degenen die het zouden moeten beseffen.

Francisco van Jole

Dit artikel verscheen in 2008 in de laatste editie van Dif

Filed under: leven 21 Comments
26Jan/10Off

Het coolste gebouw van Rotterdam

Rotterdam heeft een donker decennium achter de rug waarin alles dat rook naar kunst, cultuur en andere ambities werd beschimpt. De stad die jarenlang op eenzame hoogte stond als het ging om architectuur kwam soms niet eens meer voor in de lijstjes van interessante plekken. Die kleine middeleeuwen lijken voorbij.
In de stad, pal naast het - ondergrondse - station Blaak, wordt nu de Markthal gebouwd. Het is een ontwerp van MVRDV, een Rotterdams architectenbureau waarvan net als van die andere beroemde Rotterdamse architect - Rem Koolhaas - amper iets in de stad te zien is. Vandaag stuitte ik bij toeval op een indrukwekkende animatie van het project. Een lust voor het oog. Het is dat ik al in Rotterdam woon anders zou ik voor 2014, als het gebouw af is, alvast een stedentrip boeken. (De muziek is Porcelain van Moby)

Filed under: Rotterdam, leven 6 Comments
18Jan/10Off

iPhone voor Haiti, de uitslag

Filed under: leven, twitter 7 Comments
16Jan/10Off

De duurste iPhone, voor Haiti

iphone

Een iPhone winkel in de VS, augustus 2007

In augustus 2007 bezocht ik de Verenigde Staten, amper twee maanden nadat het eerste model iPhone in de Amerikaanse winkels lag. Zou ik er een kopen? Ik twijfelde. Moest ik niet wachten tot het toestel officieel in Nederland uit kwam? Ik deed wat ik altijd doe bij twijfel en raadpleegde vrienden: Peter,  Marie-Claire, Corrie, Erwin. Allemaal gaven ze hetzelfde advies: natuurlijk moest ik die kopen. Het idee dat ik zonder iPhone uit de VS zou terugkeren vonden ze ronduit belachelijk.

Dus ging ik op de laatste dag van m'n verblijf naar een luxueus winkelcentrum in Beverly Hills, zo'n mall waar Paris Hilton een nieuwe met diamanten bezette halsband voor haar hondje koopt, en schafte mezelf een iPhone aan. 4Gb, het goedkoopste model. Een model ook dat een paar maanden later alweer uit de handel werd genomen.

Het was een van de eerste iPhones in Nederland en bleek een instant succes. In café's kwamen mensen op me af. "Is dat nou een iPhone? Mag ik misschien even..."

De iPhone gebruikte ik bijna een jaar tot ook in Nederland officieel het toestel werd geîntroduceerd en ik een nieuw abonnement nam. De 4Gb leende ik daarna uit aan een reeks mensen die een iPhone wilden uitproberen. De laatste was mijn Joop-collega Maarten van den Heuvel. Ook hij  is inmiddels aan de iPhone en gaf me het toestel gisteren terug. Wat moest ik er nu mee?

Ineens wist ik het. Ik verloot de iPhone. Om mee te doen moet je 5 euro storten op Giro 555, het noodnummer voor Haïti. Daarna stuur je een mail aan iphone@2525.com. Dat kan tot maandag 12 uur 's middags. De iPhone 4Gb verloot ik daarna onder de inzenders.

Via Twitter zijn al veel, tientallen, reacties binnengekomen. Het zou mooi als dit in opbrengst de duurste iPhone aller tijden wordt.

Tagged as: , 4 Comments
12Nov/09Off

Floorshow zaterdag 14 november

Ik ben zelf een beetje druk met de nieuwe opinisite Joop.nl dus ik neem maar gewoon het persbericht van de Rotterdamse Schouwburg over:

Aanstaande zaterdag 14 november ontvangen Dieuwertje Blok, Sophie van der Graaf en Francisco van Jole weer diverse spraakmakende gasten uit de wereld van politiek, kunst en cultuur in de Floorshow. Zij vertellen over hun plannen, discussiëren met elkaar en met u.

Nelleke Noordervliet komt vertellen over haar nieuwe boek ‘Zonder Noorden komt niemand thuis’ wat zich afspeelt in Canada.

Don Duyns over de nieuwe familie voorstelling van het Ro Theater: Snorro. De gemaskerde held Snorro wordt een vrolijk theaterfeest met puntige randjes, voor het hele gezin.

Thijs de Boer en Arjen Lubach vertellen over het Geen Daden Maar Woorden café.

Theatergezelschap Hotel Modern over de herneming van Heden Stad, een ambitieuze poging om een miljoenenstad te portretteren.

Dit seizoen komt in verband met de naderende gemeenteraadsverkiezingen elke maand een andere politieke partij aan bod in de Floorshow, op 14 november is dat Peter van Heemst (fractievoorzitter PvdA).

En Neil Wallace komt langs om de verbouwing van de Doelen toe te lichten die vorige maand is afgerond.

De maandelijkse column is deze maand van Hugo Bongers en dichter Maarten Das leest voor uit zijn goed ontvangen eerste bundel, De Voddeman zingt uit 2005. De muzikale intermezzi is zoals gewoonlijk van Keimpe de Jong & Andreas Suntrop, special guest is Noah’s Arc.

De Floorshow begint aanstaande zaterdag zoals gewoonlijk om 16:00. Wij zien u graag terug in Café Restaurant Floor. Toegang gratis.

Filed under: floorshow No Comments
1Nov/09Off

Balkenende klaagt over zichzelf

2385092799_98fa24679a_m"Het Binnenhof is in de greep van het populisme", klaagde Balkenende zaterdag op het CDA-congres. De sfeer is ongenuanceerd en overmoedig vindt de premier. "Met al te groot gemak worden grote woorden gebruikt."

Dat klinkt allemaal heel redelijk. Zelfs uit de mond van een premier die klagen tot z'n handelsmerk heeft gemaakt. Zo redelijk dat je bijna zou vergeten wie er in hoge mate verantwoordelijk is voor die sfeer. Want dat is in de eerste plaats niet Geert Wilders. Het is Balkenende zelf.

In 2001 startte Pim Fortuyn zijn populistisch offensief. Met grote - hele grote - woorden schetste hij een beeld van een land dat in puin lag na 8 paarse jaren. De 'Puinhopen van Paars' noemde hij het. Dat beeld klopte voor geen meter met de werkelijkheid maar hij bracht het met zoveel verve dat iedereen het begon te geloven. Minister Borst van Volksgezondheid bijvoorbeeld werd door Fortuyn neergezet als iemand die een grotere bedreiging was voor de bevolking dan Osama bin Laden.

Balkenende weersprak tijdens de verkiezingscampagne geen enkele van die beweringen. Sterker nog hij deed er nog een schepje bovenop. Hij stelde dat Nederland toe was aan 'wederopbouw', een term die hoort bij de jaren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hij rook immers de kans om het CDA, dat voor het eerst in de geschiedenis twee kabinetten lang niet aan de macht was geweest, terug in de regering te krijgen. Met hulp van Fortuyn. Dat het hele politieke klimaat daarmee naar de sodemieter werd geholpen, nam hij voor lief.

Balkenende klaagt over de brand die hij zelf eerst heeft aangestoken.

CC-foto: Jackie Kever

18Oct/09Off

Goed nieuws uit Wognum

2483907899_2949f21ba8_m

Stoomtram Hoorn-Medemblik 5 bij Wognum. CC-foto: busfoto.nl

De media vielen deze week op oorlogssterkte het Westfriese dorp Wognum (5300 inwoners) binnen om verslag te doen van de ondergang van de DSB-bank. Uit de reportages werd duidelijk dat niet alleen het voortbestaan van de bank bedreigd wordt maar ook dat van de bakker die broodjes verkoopt aan de werknemers van de bank. En dat van de slager die het beleg daarvoor weer aan de bakker levert. Daar blijft het niet bij: nog honderden anderen in Wognum zijn op de een of andere manier economisch afhankelijk van het Scheringa-imperium.

Kortom: een financieel eco-systeem staat op instorten. Dat werd allemaal in beeld gebracht en opgeschreven maar wat me opviel was dat één term ontbrak in het verslag van de dramatische ontwikkelingen.

Hechte gemeenschap.

Tot voor kort behoorde die term tot het standaardarsenaal als de media berichtten over rampspoed in een buitenpost. Je zag bewoners in beeld, bij voorkeur bij het verlaten van kerk of rond de stamtafel in het cafe, en de verslaggever sprak dan op gedempte toon over de 'hechte gemeenschap'. Er klonk altijd iets in door van afgunst en belering. De journalisten die vanuit hun anonieme flatje in hun al even anonieme leasewagen naar het dorp reden leken plots jaloers op het plattelandsleven. Ze werden de fellow travellers van het Boer Zoekt Vrouw-idealisme.

Misschien was het gewoon onschuldige nostalgie. In die tijd, we spreken over twee jaar geleden want de tijdsgewrichten eindigen tegenwoordig snel, overheerste nog het gevoel dat we eigenlijk met z'n allen in een tijdmachine terug naar de jaren vijftig moesten stappen. Want 'toen was geluk nog heel gewoon'.

De economische crisis heeft aan die nostalgie in een klap een einde gemaakt. Wie nadenkt over de toekomst moet weer vooruit kijken. En daar horen geen ouderwetse opvattingen bij. Wognum zou twee jaar terug nog een 'hechte gemeenschap' zijn maar nu niet meer. Er is kennelijk geen behoefte meer bij de media aan de verheerlijking van nostalgische idealen.

Dat is het goede nieuws uit Wognum.

Tagged as: , , 7 Comments
13Oct/09Off

Monddood maken

2515249476_facebfcd4b_mHet is een bizar verhaal. De Britse krant The Guardian bericht dat ze geen verslag mag doen van een vraag die door een parlementslid aan de minister is gesteld. Dat is de uitkomst van een rechtszaak die tegen de krant is aangespannen. Door wie? Dat mag de krant niet zeggen. Welke vraag, welke minister? Ook dat mag de krant niet melden.

Waarom mag de krant dat niet vertellen? Je raadt het nooit: Zelfs dat mag de krant niet aan zijn lezers uitleggen.

Er is kortom sprake van een totaalverbod. Gelukkig is er internet. Hier staat waar het om gaat. Om het in Amsterdam gevestigde Trafigura, het bedrijf dat met de Probo Koala een scheepslading giftig afval dumpte in Ivoorkust waarna 15 mensen stierven en duizenden ziek werden.

Die rechtszaak en de draconische breidel is tekenend voor de berichtgeving rond Trafigura. Vorige week deed Volkskrant-journalist Jeroen Trommelen op De Nieuwe Reporter een boekje open over hoe het bedrijf journalisten bestrijdt. Lees en huiver.

UPDATE: het publicatieverbod is opgeheven. Volgens acteur Stephen Fry is dat mede te danken aan het rumoer vandaag op Twitter

Foto CC: Circo de Invierno

8Oct/09Off

Floorshow met Rosita Steenbeek e.a.

ander_licht_thumbFrancisco van Jole, Sophie van der Graaf en Mijke Loeven presenteren aanstaande zaterdag 10 oktober om 16:00 de eerste Floorshow van seizoen 2009/2010. Mijke Loeven vervangt eenmalig Dieuwertje Blok. Samen ontvangen en interviewen zij spraakmakende gasten uit de wereld van politiek, kunst en cultuur.

Rosita Steenbeek schreef Ander Licht, een historische roman over het ontstaan van het schilderij 'Gezicht op Amersfoort' in het rampjaar 1672. Ze is ook een van de prominente gasten op het jaarlijks terugkerende Lezersfeest in de Centrale Bibliotheek op 7 november.

Dit seizoen komt elke maand een andere politieke partij aan bod in de Floorshow, in oktober is dat Salima Belhaj, lijsttrekker D66. Hoe gaat zij de enorme populariteit van de landelijke partij verzilveren bij de gemeenteraadsverkiezingen?

Walter Bart en Maarten van Otterdijk van theatergezelschap Wunderbaum vertellen over hun nieuwe voorstelling Venlo en over het feit dat zij sinds 1 september het nieuwe huisgezelschap zijn geworden van de Rotterdamse Schouwburg.

Conny Janssen, choreografe van Conny Janssen Danst schuift aan vanwege haar nieuwe voorstelling Ruis en de deelname aan het New Island Festival in NY in het kader van de 400 jarige betrekkingen tussen Nederland en Amerika.

De maandelijkse column is dit jaar van Iris van Erve, dichter Krijn Peter Hesselink leest voor uit zijn tweede bundel, Stil Alarm die op 9 oktober aanstaande verschijnt.

De muzikale intermezzi worden zoals gewoonlijk verzorgd door Keimpe de Jong & Andreas Suntrop, special guests zijn Ulas Aksunger en Saskia Meulendijks met muziek van de voorstelling Peptide portretten van Oma’s. Peptide is te zien op vrijdag 16 en zaterdag 17 oktober in de Rotterdamse Schouwburg.

Floorshow: zaterdag 10 oktober, om 16:00 in Café Restaurant Floor (naast de Schouwburg)
Toegang gratis.

29Sep/09Off

Het Witte Paradijs

whiteparadiseEen schamel verlichte trap leidt naar de kelder. Plavuizen op de vloer, tegels tegen de wand. Zoals door het hele huis.

Met een zwaai opent Achim Probst, een gedrongen Duitser van 43 met een snorretje, de deur naar een kleine, duistere kamer. Er floept een peertje aan.

Tegen de achterwand staat een afgehaald eenpersoons bed. Op de vloer ligt een grote geplastifceerde mand die lijkt op zo’n opblaasbaar kinderzwembadje voor in de achtertuin. Er zwerven wat speeltjes in. Aan het plafond is een uitgeschakelde tv bevestigd. Het is er koud en kil.

 

De kamer houdt qua sfeer het midden tussen een isoleercel en een opberghok. Automatisch flitst er een fotoonderschrift door het hoofd: in deze ruimte werd de ontvoerde 4 maanden lang vast gehouden.

Achim kan de gedachte niet lezen en grijnst.

“Dit is de kraamkamer.”

Hij geeft een tevreden klap op het bed.

“Hier slaap ik als de kleinen op komst zijn. Twee weken lang.”

Zijn wijsvinger zwiept bezwerend heen en weer door de lucht.

“Twee weken lang geen seks. Haha!”

 

In de kelderruimte worden per jaar twintig tot vijfentwintig puppy’s geboren. Stralend witte puppy’s die nog het meest lijken op ijsbeertjes met een extreem hoog knuffelgehalte.

“Geen belangstellende die hier met lege handen weggaat,” knipoogt Achim. Het zijn herdershonden. Duitse herdershonden in Heino-uitvoering. En tot voor kort waren ze verboden.

 

In de 19e eeuw doken de eerste witte herdershonden op aan het hof van de koninklijke familie van Habsburg dat indertijd over een groot deel van Europa regeerde. Vooral vrouwen waren gecharmeerd van de beesten die zo mooi bij de schimmelrijpaarden kleurden maar in fokkerskringen werden de dieren al snel verketterd en als niet raszuiver beschouwd. De witte vacht werd gezien als een albino-degeneratie, als een teken van zwakte. Bovendien baarde de kleur de fokkers van raszuivere Duitse herders zorgen. Zij wilden juist de zwarte rug en bruine poten cultiveren. De witte variant die af en toe spontaan in nesten opdook was daar een directe bedreiging voor.

Er volgde een fokverbod dat tientallen jaren stand hield. Als er al toevallig witte pups uit donkere ouders werden geboren dan volgde onvermijdelijk de doodstraf.

 

Alleen een paar exemplaren die begin 20e eeuw door een telg uit het puissant rijke Rockefeller-geslacht naar de VS geexporteerd werden, overleefden. Even leek er bij de Amerikanen een doorbraak te komen. Een witte herder speelde als Chinook the Wonderdog enige jaren in actiefilms maar een Lassie-effect bleef uit. Misschien omdat ze niet alleen maar mooi zijn maar tegelijk toch ook een beetje griezelig. Een beetje Heino-achtig: Hoe mooi de stem ook klinkt, hoe romantisch de liederen ook zijn, op de een op andere manier roept het foute associaties op. De witte vacht lijkt een camouflagepak waaronder een monster huist.

In werkelijkheid is het tegendeel het geval: de dieren hebben de reputatie erg zacht van aard te zijn. Ze zijn slachtoffer van vooroordelen: zo zuiver en Duits, daar moet wel iets mis mee zijn. Er zijn ook geen beroemdheden die zich opzichtig met een Witte Herder vertonen, een andere methode om salonfahig te worden. De liefhebbers willen dat nu graag zo houden. “De Witte Herder mag geen modehond worden,” waarschuwen websites. De zuiverheid mag niet in gevaar komen door een te grote vraag.

 

White Paradise heet de fokkerij. Op een luchtfoto ziet het complex er uit als een Al Quaeeda trainingskamp ergens op het verlaten platteland van Montana. Maar het ligt onder de rook van het Ruhrgebied in een langs de provinciale weg geplakt gehucht met de naam Hirten.

White Paradise blijkt een keurig aangeharkt omheind terrein met drie gepleisterde huizen. “Daar boven de garage woont mijn dochter Sabrina en daar in dat huis mijn zoon Frank.”

Probst heeft de panden zelf gebouwd. Dat is zijn voornaamste bron van inkomsten: Hij koopt oude huizen, knapt ze op en doet ze dan weer van de hand.

Op de oprijlaan staat een Fiat cabrio geparkeerd met een ‘te koop’-plakkaat. “Die is van een oude man geweest. Bijna niet in gereden. Interesse?” Achim rijdt zelf in een Porsche en nog wat andere auto’s.

“White Paradise is een hobby. Puur een hobby.” De pups verkoopt hij voor zo’n 800 euro per stuk.

 

Het blijkt zo’n hobby die het leven van de hobbyist totaal heeft overgenomen. Een postzegelverzamelaar woont nogal eens in een postzegelalbum en zo woont Probst met zijn gezin in een kennel, een hondenhok met het formaat van een villa. Een Derrick-hondenhok. In het huis ruikt het naar honden zoals het in het olifantenverblijf van Blijdorp naar olifanten ruikt, een massieve geur waar je tegenaan kunt leunen.

Alles in het complex is afgestemd op de alom aanwezige beesten.

 

Bij binnenkomst door de schuifpui worden we meteen letterlijk omringd door een roedel. Neuzen gaan al duwend langs de broekspijpen omhoog. Zeven spierwitte honden. Een kleine ijszee middenin de huiskamer.

Aan de wanden hangen schilderijen van witte honden, soms voorzien van een naam. Op het buffet staan beeldjes van witte honden. Zelfs op het toilet zijn beeltenissen te vinden.

Maar daar blijf het niet bij. Ook het leven is vollledig aangepast. Iedere beweging wordt gecoordineerd en onderling afgestemd.

Deuren bijvoorbeeld worden niet zo maar geopend.

“Wie zit er op de gang?”

“Falko”

“Breng jij Falko naar de slaapkamer dan kan deze deur open.”

Irmi (42), echtgenote van Achim, glipt weg door de deur. Er klinkt geblaf.

“Jasmin en Cheyenne zijn loops,” legt Achim uit terwijl hij naar de roedel wijst. “We moeten ze bij Falko weghouden.”

Er klinkt hol een “ja, ze kunnen”. De deur zwaait weer open en de teven stormen de gang in. Achim sluit de deur achter hen.

Een andere deur opent en daar is Falko in de huiskamer. Alsof het een klucht is met achtervolgde overspeligen.

 

Weer een neus tegen de broekspijpen. Weer een brave hond.

Achim neemt plaats aan de keukentafel en legt uit hoe zijn White Paradise in elkaar steekt. Over honden die hij uit Slovenie en Minnesota haalde. Dat was net na 11/9, toen mochten honden ineens niet meer alleen reizen. “Onze dierenarts is haar gaan ophalen.” Hij niet zelf? “Nee, wij gaan nooit met vakantie. Althans niet allemaal tegelijk. Er is altijd wel iemand thuis om voor de honden te zorgen.”

 

De zoon pakt ondertussen van het aanrecht een stuk keukenpapier en begint onder tafel en op andere plekken kwijlsporen van de plavuizenvloer te poetsen, een ritueel dat zich ieder uur wel een paar keer herhaalt. Het is niet altijd kwijl, soms is het pis of sperma. Of iets anders.

De plavuizen glimmen en nergens is enige rommel te zien. Alleen de geur blijkt niet weg te poetsen.

 

“Tien kilometer verderop is de eerste fok in 1983 van start gegaan. Tien jaar later werd ik er zelf door gegrepen,” vertelt Achim. Inmiddels heeft hij zes keer een wereldkampioen afgeleverd, zo’n hond die op shows door keurmeesters wordt betast en gemeten alsof het een lekkernij is. “Ik win op iedere show wel prijzen.”

Falko springt op van de grond en snaait een broodje van tafel.

Achim noemt de namen van  honden alsof het familieleden zijn. Het zijn lieve, hondvreemde namen als Assita, Lotus, zelfs Diego Maradonna. “Die laatste is niet van mij. Die heb ik gekocht.” Hij zegt alsof hij normaliter zelf de honden werpt. Misschien ga je dat ook wel denken als je jezelf een paar keer per jaar twee weken lang met een zwangere teef in een kelderruimte opsluit.

We lachen en Achim maakt met een automaat nog wat cappucino. Op de vensterbank ligt een ingepakte honkbalknuppel.

White Paradise, de naam is bewust gekozen. Achim en de zijnen willen dat de Witte Herders het ultiem naar hun zin hebben. Zo goed naar hun zin dat ze het best denkbare gezelschap voor mensen worden. Dat ze als het ware een worden met hun baas.

 

We zijn gekomen voor het neuken. Kan dat? “Ja dat kan zeker,” bezweert Achim. Buiten in het bos? Zijn gezicht betrekt. Daar is het vies. En de boeren hebben net het land bespoten. Hij gebaart alsof hij een brandweerslang in zijn handen heeft. Jasmin wordt uiteindelijk losgelaten op de binnenplaats. Falko ook. De honden draaien om elkaar heen, kijken ons aan. Falko beklimt Jasmin. Het voelt als de set van een ranzige Oosteuropese pornofilm.

“Ik help hem altijd,” zegt Achim. “Dan gaat het sneller.” Hij zakt op zijn knieen naast het copulerende stel en stopt zijn hand tussen hen in. Op een afstandje kijkt echtgenote Irmi met over elkaar geslagen armen toe. In elk oor heeft ze vier piercings. Er doemt in de fantasie onwillekeurig een hele reeks ongepaste beelden op.

Falko, tong uit zijn bek, glijdt van de rug van Jasmin maar blijft vastzitten. “Dit duurt tien minuten,” legt Achim uit. Hij lepelt nog eens op welke hond welke pups heeft geworpen en tot welke stamboom ze behoren. Hij kan ze alle honderdveertig van de afgelopen tien jaar noemen.

Dan schiet Falko los. Op de tegels kwakken wat druppels sperma. Falko klimt tegen Achim op en likt zijn mond.

Zien ze jou als de leider?

“Ja,” antwoordt hij zonder aarzeling.

Falko en Jasmin nestelen zich aan zijn voeten. Hij kijkt om zich heen.

Dit is zijn paradijs.

 

 

Gepubliceerd in Rails (2006). Foto: Lenny Oosterwijk