|
|
Buiten de Buis kroniek van een tv-loos bestaan (9) 17 november 2003 SPOKEN De voordeur van het huis sloeg dicht, het licht op de gang ging uit en terwijl ik achter het stuur van de auto verzonk in het einde van een ontspannen avond met een goede vriendin, viel de nacht onverwacht als een net over me heen. Met een resoluut gebaar om klaarwakker te worden zette ik de auto in de versnelling en reed door de schaars verlichtte straat in Amsterdam. Rechts leunde een rij huizen voorover, links was er het zwarte blinkende water waar oude woonboten berustend in dobberden. Op de kade stond een lange rij schuin geparkeerde auto's waarvan de achterkanten soms zo ver over de rijbaan staken dat ik er voorzichtig omheen moest manoeuvreren. Zo langzaam voortrijdend zag ik haar ineens staan in het zijwaartse schijnsel van de koplampen, tussen twee auto's. Wit als het licht dat haar bescheen. Een rijzige oude vrouw met zilvergrijs haar in een lang wit gewaad met witte laarzen. De armen hield ze stokstijf langs haar bewegingloze lichaam. Haar gezicht was lijkbleek, net zo wit als haar jurk of witter. Twee pikzwarte ogen die in het niets staarden glinsterden in diepe oogkassen. Haar lippen hingen los van elkaar en onthulden het roze van haar mondholte als de enig zichtbare kleur. Het leek er nog het meeste op dat ze in een doodskist had gelegen en rechtop was gezet. Ik schatte haar tachtig jaar of ouder. Ik passeerde haar en het beeld was duidelijk geweest maar had zo kort geduurd dat het bijna subliminaal leek. Het was zo'n flits die in gedachten meteen in slow motion wordt herhaald om jezelf ervan te overtuigen wat je gezien hebt. En met iedere herhaling groeit de twijfel of je echt zag wat je meende te zien. Het is een moment dat het beoordelingsvermogen wankelt en er een toestand van gewichtloosheid in het denken ontstaat. Er is geen grip meer op de eigen gedachten en in de rationele achtbaan komt alles op losse schroeven te staan. Het is als toen ik als kind voor het eerst te horen kreeg van een buurjongen dat mijn ouders geneukt hadden om me te maken. Nee, mijn ouders niet. Andere ouders misschien. Maar mijn ouders niet. Lang is dat niet vol te houden. Terwijl ik de voorstelling van neukende ouders nog aan het verjagen was werd ik al beslopen door de nieuwe werkelijkheid. Ik keek in de achteruitkijkspiegel en zag dat de vrouw wegbeende, licht gebogen maar soepel en snel, veel te snel voor een tachtigjarige. Ternauwernood ontweek ik een uitstekende bumper. Ik stopte en draaide mijn hoofd naar achteren. Er was niets meer te zien. De straat lag er roerloos bij, het water glinsterde. Ze was verdwenen. Maar was ze er ooit geweest? Was het mijn moeder? Ik schrok van die gedachte. Zowel van de absurditeit als van de mogelijkheid. Mijn moeder is in 1997 overleden. In de jaren zeventig keek ik samen met mijn ouders in een in schemerlamplicht gedompelde huiskamer naar Waar Gebeurd, een tv-serie van de KRO. In dat programma kwamen mensen aan het woord die vertelden over een uitzonderlijke ervaring. Ze werden geïnterviewd tegen een volslagen zwarte achtergrond en deden hun relaas met een blik in de ogen alsof ze verwachtten toch nooit geloofd zouden worden. Ieder fantastisch verhaal eindigde met de bijna bezwerende vraag van de interviewer die buiten beeld bleef: "en dit is waar gebeurd?" Waarop de verteller antwoordde "Ja, dit is waar gebeurd." Stilte. Aan de bewuste serie schrijf ik mijn spokenangst toe. Verlaten huizen, donkere bossen, onverklaarbare geluiden, je doet me er allemaal geen plezier mee. Altijd bekruipt me de vrees dat ik iets ga zien dat ik niet wil zien, of voelen dat ik niet wil voelen. Niet dat ik in spoken geloof. Helemaal niet. Ik geloof ook niet in een hiernamaals of in een enig andere uitzonderlijke positie van de mens in het universum. En zonder dat geen spoken. Maar het is mogelijk om bang te zijn voor iets waarvan je het bestaan ontkent. Sterker nog, dat gaat opvallend goed samen. De angst voor de dood bijvoorbeeld is een van de belangrijkste redenen om dat definitieve einde te ontkennen en er een hiernamaals, met engelen en maagden, voor in de plaats te stellen. Wie bang is voor de dood ontkent hem. Als ik in spoken geloofde, zou ik ze kunnen verjagen. Nu ik dat niet doe, ben ik aan hun grillen overgeleverd. Ik herinner me uit Waar Gebeurd het verhaal van een man die 's nachts ging vissen bij een kreek in een verlaten weidegebied. Er brak een noodweer los en hij moest op zoek naar een schuilplaats. Verderop zag hij een oud, bouwvallig huisje staan. De voordeur bood toegang tot een schamele, muffige kamer en terwijl hij met zijn zaklantaarn de ruimte inspecteerde en tot zijn verbazing een eettafel zag met een bord en wat broodkruimels, werd in een muur langzaam de deur van een bedstee geopend. Een oude vrouw met lange grijze haren kwam tevoorschijn. Ze leunde op de deurknop en probeerde uit het bed te stijgen. De knop brak af en de vrouw viel op de grond. Ze bewoog niet meer en voelde ijskoud aan. De verteller spoedde zich naar buiten en belde aan bij een verderop gelegen boerderij om hulp te halen. Met zichtbaar stijgend ongeloof hoorde de uit hun slaap gehaalde bewoners zijn relaas aan. Er was volgens hen in de wijde omgeving geen huis te bekennen en zeker niet middenin een weiland. Bij het ochtendgloren ging de verteller samen met de boer op zoek. Ze liepen langs de kreek, door het weiland en stopten. Hier moest het zijn geweest, zei de verteller. De boer haalde zijn schouders op en de verteller blikte vertwijfeld om zich heen. Daar aan zijn voeten in het gras zag hij de deurknop liggen. Waar gebeurd. Van alle verhalen uit de serie Waar Gebeurd is juist dit blijven hangen en het was ook meteen het eerste waar ik aan dacht toen ik stopte en me realiseerde dat ik niet wist wat ik gezien had. Zou het die vrouw zijn geweest? Bijna dertig jaar later denk ik in een flits terug aan een verhaal uit een tv-programma waarvan ik al die tijd zeker heb geweten dat het niet waar gebeurd was. Of nou ja, zeker... ik was er van overtuigd dat het niet waar kon zijn. En nu maakte ik het zelf mee. Ik heb een dergelijk moment van verwondering eerder beleefd. Op een zwoele zomeravond, op een tijdstip dat de laatste sporen daglicht twijfelend aan de hemel hingen, reed ik over een snelweg die zich dwars door een weidegebied sneed. Al peinzend hield ik mijn blik op de weg waar witte strepen op het asfalt als een stroboscoop onder motorkap verdwenen. Ineens merkte ik in mijn ooghoeken dat er in de zijruit iets bewoog. Ik keek opzij en zag een UFO zweven boven de groene velden. Ik wist dat het een UFO was omdat hij precies voldeed aan het beeld, een grote ovalen vorm met lampen die bundels licht naar beneden lieten vallen, alsof er gezocht werd naar een landingsplaats. Het eerste waar ik aan dacht was de serie X-files. Het tweede was: "mijn camera..." Dat eerste verbaasde me achteraf nog het meest. Dat ik meteen een associatie had gehad met een tv-serie waar ik niet eens heel vaak naar keek. Ik zag iets wat niet kon bestaan en wist meteen wat het was omdat me dat letterlijk was ingeprent. In mijn hoofd zit dus een werkelijkheid die niet bestaat, die ik ontken en waar ik me zelfs tegen verzet, maar die niet wil wijken. Het is de televisiewerkelijkheid die zich genesteld heeft. Want als ik bij dit soort taferelen terug grijp op mijn tv-kennis omdat er niets anders is, hoe vaak grijp ik er dan bij andere zaken op terug zonder dat ik het besef? Zie ik bijvoorbeeld onbewust tv-commercials terug als ik door een winkel loop of over straat? Wordt mijn werkelijkheid bepaald door wat ik jarenlang dag in dag uit aan beelden en verhalen heb ingenomen? Of ben ik daar volslagen immuun voor? Deze week realiseerde ik me ineens dat mijn leven veel minder Amerikaans is geworden nu ik al maanden geen televisie meer kijk. Het grootste deel van mijn leven ben ik gewend geweest iedere dag engelstalige dialogen te horen en te kijken naar beelden uit de Amerikaanse maatschappij. Ik zie die beelden nog wel, maar amper. De films die ik op dvd komen voornamelijk uit andere landen, van de eerste vijftig titels op mijn Moviemile.com selectielijst zijn er dertien Amerikaans. Hetzelfde gaat op voor de bioscoop. Ik hoor de Engelse taal ook amper meer, behalve dan gezongen, al bedenk ik plots dat het aandeel zelf gekozen Amerikaanse muziek opvallend klein is. Van de laatste vijf cd's die ik de kocht is alleen de laatste - de soundtrack van Dead Man - Amerikaans te noemen, zelfs al is Neil Young een Canadees. En ik lees momenteel een boek dat zich in Texas afspeelt, Vernon God Little, maar de schrijver DBC - (Dirty But Clean) - Pierre is in Australie geboren. Helemaal verdrongen is de Amerikaanse wereld niet uit mijn leven, ik bezoek bijvoorbeeld Amerikaanse websites, maar ze is wel teruggedrongen. De dominantie is verdwenen. Dat levert een merkwaardig, bijna bevrijd, gevoel op. Alsof ik ben ontsnapt aan iets waaraan geen ontsnapping mogelijk leek. Ik heb in mijn eentje een supermacht geëlimineerd. Althans in mijn hoofd. Sinds de tv uit mijn leven verdwenen is, is Amerika voor mij bijna net zo exotisch geworden als andere buitenlanden. Ik ben gedeamerikaniseerd. Niet dat ik iets tegen de Verenigde Staten heb, integendeel, maar wat me frappeerde was dat de cultuur waar ik door de televisie mee overladen werd zo slecht aansloot bij mijn eigen beleving. Amerikanen hebben een andere manier van leven, van denken. Daar voortdurend in meegezogen worden is zoiets als de Sint Pieter bezoeken en rondgeleid worden door een boeddhistische gids uit Nepal. Even overwoog ik achteruit terug te rijden, de lege straat in tot het punt waar ik de oude vrouw had zien staan. Maar ik wist dat daar niets te zien was. Als ik het deed, zou het niets bevestigen of weerleggen maar ik zou de gebeurtenis wel meer betekenis gaan geven. Dat is de manier waarop mythes groeien. Ik zag mezelf plots op die stoel in die donkere studio in dat programma dat niet meer bestaat. En ik verklaarde mezelf voor gek. De volgende ochtend belde ik de vriendin. "Moet je horen wat ik heb meegemaakt. Ik reed bij jou voor de deur weg. Op de kade stond een lange rij schuin geparkeerde auto's waarvan de achterkanten soms zo ver over de rijbaan staken dat ik er voorzichtig omheen moest manoeuvreren. Zo langzaam voortrijdend zag ik haar ineens staan in het zijwaartse schijnsel van de koplampen, tussen twee auto's. Wit als het licht dat haar bescheen. Een rijzige oude vrouw met zilvergrijs haar in een lang wit gewaad met witte laarzen. De armen hield ze stokstijf langs haar bewegingloze lichaam. Haar gezicht was lijkbleek, net zo wit als haar jurk of witter. Twee pikzwarte ogen die in het niets staarden glinsterden in diepe oogkassen. Haar lippen hingen los van elkaar en onthulden het roze van haar mondholte als de enig zichtbare kleur. Het leek er nog het meeste op dat ze in een doodskist had gelegen en rechtop was gezet. Ik schatte haar tachtig jaar of ouder." "Stop, stop..." klonk het door de telefoon. "Het is niet wat je denkt. Ik ken haar. Het is een vrouw die ook duiven voert. Een zonderling type. Ze loopt wel vaker zo in de nacht over straat. En ze is geen tachtig maar veel jonger. Ze lijkt alleen maar zo oud, dat maakt het zo bedrieglijk." Ik had het kunnen weten van de eerdere ervaring met de UFO, dat bleek al snel de weerspiegeling van een rij lantaarnpalen die honderden meters verderop langs de weg stond. Teleurstelling is niet het juiste woord maar ik vond het in zekere zin wel spijtig dat het niet meer was geweest dan wat ik had gezien: een oude vrouw in een witte jurk die middenin de nacht over straat zwerft. Niet dat het jammer is dat er geen spoken bestaan maar omdat iets wat ik ervoer als uitzonderlijk me werd ontnomen door de werkelijkheid. Maakte ik eindelijk eens iets mee, bleek het nep en had ik toch weer niets meegemaakt. Dat is waarschijnlijk het mooie van televisie, die verlost ons van dat probleem. Ik zag het op televisie, is het enige wat je hoeft te zeggen. Niemand zal ooit die deurknop zijn gaan zoeken. (wordt vervolgd) Francisco van Jole Eerder op 2525 5.0: Buiten de Buis: (1) Dutten (2) Roken (3) Stamppot (4) Koeien (5) Geen Kip (6) Vrienden (7) Patat (8) Dollard Overig: Terugblik Stop Broers Bonus Roerloos Zwijgen Atomen Koffie Stoere Stumperds Liefde De scriptloze samenleving Kort en krachtig Het PowerPoint denken Machine Oewattoe Schaken met de verbeelding De Nieuwe Economie De gadget-blues Presentatie Blink Wanneer ontroert het net? Opkomst (en ondergang) van de digitale beeldcultuur |
|
|