« Schermrevolutie | Main | De Broncode »

26 september 2004

The Manchurian Candidate

Wat is de werkelijkheid? Hoe je haar beleeft of hoe je er op terugkijkt? Die vraag werd opgeroepen toen ik gisteravond The Manchurian Candidate op dvd bekeek. Die film uit 1962 is omgeven met mysteries en complottheoriën. Er is nu een remake van gemaakt en die gaat volgens de IMDB op 4 november, de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, hier in Nederland in première.

The Manchurian Candidate toont het huiveringwekkende verhaal van een groep Amerikaanse soldaten die in Korea gevangenen genomen worden en gehersenpoeld. Vervolgens worden ze vrijgelaten en eenmaal teruggekeerd in de VS dienen ze, zonder dat iemand het doorheeft, als een soort levende robots die opdrachten van hun communistische bestuurders uitvoeren. De ultieme opdracht is de moord op de Amerikaanse presidentskandidaat.

Over de film wordt beweerd dat hij een jaar na uitbreng uit de roulatie is gehaald en nooit meer is vertoond. Hoofdrolspeler Frank Sinatra had de rechten opgekocht en ging volgens de verhalen over tot de terugtrekking omdat de film een inspiratie zou hebben gevormd voor Lee Harvey Oswald, de man die president Kennedy vermoordde. Frank Sinatra was bevriend met Kennedy. Sterker nog, filmstudio United Artists durfde de verfilming aanvankelijk niet aan vanwege de politieke lading en het was uiteindelijk Kennedy zelf die met een telefoontje de studio het groene licht gaf.
Dat laatste is waar. Kennedy nam alle bezwaren weg. En Frank Sinatra had de rechten. En de film is vrijwel nooit meer vertoond. Maar niet vanwege de moordaanslag. Niemand weet waarom dan wel.

De film heeft een zware politieke lading en is geïnspireerd op de communistenjacht uit het McCarthy-tijdperk. Maar het is niet helemaal duidelijk wat de boodschap dan precies is. In de VS werd de film beschouwd als pro-communistisch en op een enkele plaats verboden, in Parijs daarentegen werd tegen de film gedemonstreerd omdat het extreem-rechtse propaganda zou zijn.

De verwarring over de werkelijkheid treedt ook op bij het teruglezen van de recensies. In de originele kritiek van The New York Times uit 1962 wordt de portrettering van de anti-communisten ongeloofwaardig genoemd. Een kwart eeuw later, bij de heruitbreng in 1988, stelt criticus Roger Ebert precies het tegenovergestelde: De anti-communistische taferelen waren letterlijk uit de McCarthy-verhoren geplukt.

In de remake met Denzel Washington komen geen communisten meer voor. Nu zijn de boosdoeners de grote Amerikaanse bedrijven die via een progressieve politicus aan de macht proberen te komen. Dat is inderdaad precies tegenovergesteld aan het verhaal uit 1962. Maar het vreemde is dat de originele versie nog steeds zo actueel aan doet. De communisten mogen dan weliswaar verpletterd zijn, de anti-communisten zijn nog geen haar veranderd. Nou ja, figuurlijk dan. Want Geert ("Ik ben de moderne McCarthy") Wilders heeft overduidelijk een andere coupe dan senator John Yerkes Iselin.

Posted by fvjole at 26 september 2004 11:23