« Het verleden gedefinieerd | Main | TROS Radio Online, de uitzending (Realaudio) »
03 mei 2005
Flossen en poetsen
De organisatie van de Libris Literatuurprijs, gewonnen door Willem Jan Otten met zijn boek Specht en zoon, vroeg me om bij de feestelijke uitreiking gisteravond, in de Spiegelzaal van het Amstel Hotel, "een vrolijke lezing met ernstige ondertoon, dan wel een ernstige lezing met vrolijke ondertoon" te houden over Literatuur en Nieuwe Media.
Hierbij de volledige tekst van die lezing.
FLOSSEN EN POETSEN
Allereerst wil ik de organisatie danken voor de vooral ook zo sportieve uitnodiging. Al moet ik bekennen dat ik even aarzelde om de uitnodiging, om hier een lezing te houden over de relatie tussen literatuur en nieuwe media, te accepteren. Misschien is het wel een list dacht ik, een valstrik. Misschien zoeken ze nog een alternatief object om tijdens hun diner aan het spit te roosteren, nu schrijvers zo massaal voor varkens opkomen.
Vorig jaar leverde mijn collega’s van Tros Radio Online en ik de organisatie van de Libris Literatuurprijs immers een gemene streek. Natuurlijk niet omdat we daar plezier in hadden maar omdat we onze journalistieke plicht moesten vervullen. We wisten namelijk tot onze eigen enorme weerzin dankzij een lek in de site als eerste dat Arthur Japin de winnaar was en maakten dat met grote tegenzin maar gedreven door een zwaar drukkend plichtsbesef nog vóór de officiële uitreiking op de radio bekend.
Die onthulling was bepaald niet aan dovemansoren gericht. In een mum van tijd was het alom bekend. Wat er toe leidde dat de toenmalige juryvoorzitter Ronald Plasterk een uur later tot zijn in deze dinerruimte opgesloten gasten zei: “U bent vermoedelijk de enige in Nederland die nog niet weet wie de winnaar is.”
Het opvallendste daarbij was dat de gasten amper verbaasd reageerden. Kennelijk vonden ze het de normaalste zaak van de wereld dat iedereen iets weet dat zij niet weten. Maar misschien is dat ook wel de kern van het schrijverschap, jezelf onttrekken aan de waan van de dag. En als op internet iets heerst dan is het juist dat wel: de waan van de dag.
Wie weet wat er nú buiten is dat wij hier niet weten.
Laat me een poging wagen.
Anderhalf jaar geleden organiseerde de Britse krant The Guardian een prijzenfestijn voor weblogs. Een weblog, voor wie dat niet weet, is de online variant op een journaal, een logboek, en één van de populairste digitale publicatievormen van dit moment. Sterker nog: van alle experimenten die tot nu zijn uitgehaald om digitale teksten aan een publiek te presenteren is de weblogvorm het meest succesvol. Niemand leest een e-book en literatuur produceren op internet is als ijsbergsla kweken in de Sahara maar miljoenen mensen keren steeds terug naar hun favoriete weblogs of schrijven er zelf een. Het zijn micropublicaties met veelal per stuk een minimaal publiek maar bij elkaar opgeteld is het een heus fenomeen.
In de categorie Best Geschreven kwam bij de verkiezing van The Guardian een opvallende winnaar uit de bus: Belle de Jour, een weblog dat fungeerde als het online dagboek van een Londense call-girl. De Amerikaanse science-fiction auteur en essayist Bruce Sterling constateerde als lid van de jury dat de schrijfster het nieuwe medium weblog beter wist te exploiteren dan wie ook, niet alleen vanwege het prikkelende onderwerp maar ook de stijl: “woord voor woord, zin voor zin”. Het werd gezien als niets minder dan een geheel nieuwe manier om een oud verhaal te vertellen.
Ik kon die keuze alleen maar beamen. Het weblog was zo goed geschreven en opgebouwd dat het wel van een professionele schrijver leek. Het wekte dan ook weinig verbazing dat Belle de Jour een contract kreeg aangeboden van een uitgever. Toen het weblog in september vorig jaar plotseling stopte, speet me dat als trouw lezer oprecht.
De auteur achter Belle de Jour was anoniem en in de Britse media, van oudsher geobsedeerd door alles wat met seks te maken heeft, ontstond zowaar een jacht op haar, of eventueel zijn, identiteit. De Londense Times huurde zelfs een Amerikaanse tekstwetenschapper in om als een soort Teun van Dijk te achterhalen wie er achter de nom de plume schuilging.
Tot op de dag van vandaag tevergeefs.
In januari van dit jaar verscheen het boek en in korte tijd bereikte het de bestsellerslijst van de Times. Het werd vertaald, onder meer in het Nederlands en Portugees en een Amerikaanse editie staat op stapel. Op haar inmiddels incidenteel hervatte weblog legt de schrijfster uit wat dat nu eigenlijk betekent voor een Engelstalige auteur: een Amerikaanse editie. Nou bijvoorbeeld dat je bij Rome moet aangeven dat het gaat om een stad in het buitenland en niet in Georgia.
Maar daarmee houdt de zegetocht nog niet op. De tv-zender Channel 4 heeft inmiddels aangekondigd het boek tot tv-serie te bewerken. We hebben hier kortom te maken met een droomproject: een boek vanuit het niets geboren op internet en geschreven door een onbekende, is zonder enige marketing of doelgroepenbeleid, een groot succes geworden. Catherine Millet, eat you heart out.
Als trouw fan bestelde ik het boek meteen. Weliswaar kende ik het weblog natuurlijk al maar daar las ik niet altijd alles en had ik het begin - de beroemde openingszin “het eerste wat je van me moet weten, is dat ik een hoer ben” - gemist.
Ik begon te lezen en toen gebeurde er plots iets vreemds. Het dagboek van Belle de Jour bleek met stip het slechtste boek dat ik in jaren tot me genomen had. Haar leven dat ik online als spannend had ervaren ontvouwde zich als een van de saaiste vertellingen die ik ooit onder ogen kreeg. Ik moest plots met weemoed denken aan de opwindende tijd die ik als tiener onder de lakens had doorgebracht met Xaviera Hollander, dat wil zeggen met haar boek The Happy Hooker.
Dit daarentegen was de leegte van Brett Easton Ellis maar dan geschreven met een conflictloze pen die ze zelfs bij de Libelle zouden weigeren. De seksscènes, toch een van de trekkers van het boek, waren zo zielloos dat ik ze op den duur maar gewoon helemaal oversloeg. De zogenaamde tips die ze gaf bleken allemaal clichés die in iedere folder van de NVSH staan.
Ik heb nog nooit van mijn leven een prostituee bezocht, al was het alleen maar uit angst dat ik bij het verlaten van het pand tegen een bekende zou opbotsen, maar ik vermoed dat ik een beter beeld van het leven van een call-girl kan schetsen dan deze schrijver.
Leek ze online nog een belezen persoon nu kwam het over alsof ze een citatenboek, correctie citatensite, over het werk uitgestort had. Spitsvondigheden bleken plots wijsneuzerigheid. Nergens maar dan ook nergens was enig zelfinzicht te bespeuren. Laat staan dat er voor de lezer iets te ontdekken viel.
Het enige dat ik uiteindelijk van het boek opstak was een nieuw inzicht op het gebied van tandenpoetsen. Belle de Jour schreef ergens achteloos dat ze haar tanden floste en daarna poetste. Verdomd dacht ik, dat ik doe altijd andersom. Dus deed ik research op internet en ontdekte via Google dat haar volgorde inderdaad vaker voorkomt dan de mijne.
Je hoort wel beweren dat een goed boek je leven verandert en dat doet Belle de Jour dan ook maar dan toch geheel anders dan verwacht: ik flos nu eerst en poets dan pas. Ik geef toe, het is totaal anders maar op de een of andere manier maakt het toch weinig verschil.
Ik was niet de enige die teleurgesteld was: in alle recensies werd het boek neergesabeld. Het weekblad The Observer hoopte dat het een flauwe grap was en dat was nog de meest vriendelijke kritiek. The Guardian die haar eerder nog lauwerde als best geschreven weblog noemde het nu plots gewauwel.
Ergens in de transformatie van scherm naar papier bleek iets vreselijk mis te zijn gegaan. Dat gebeurt wel vaker bij transformaties. Het boek bijvoorbeeld is altijd beter dan de film. Tenzij de film er eerst was, dan is het juist andersom. Maar zelfs de slechtste verfilming, nee sterker nog zelfs de slechtste Nederlandse verfilming van een boek, richt niet zo’n ravage aan als in dit geval.
Terwijl bij een film de gevaren op voorhand duidelijk zijn: de riskante omwerking tot script, een falende overambitieuze regisseur, slecht acteerwerk. Om er maar een paar te noemen. Hier was daar allemaal geen sprake van. De tekst was van internet geplukt, hier en daar licht geredigeerd en op papier gezet. Er was niets wezenlijks veranderd.
Behalve dan de onmiddellijke toekomst. Die was verdwenen. Het weblog bleek bij nadere beschouwing niet alleen precies het moment te vangen in korte beschrijvingen maar vooral ook de toekomst aan te kondigen, het verlangen daarnaar te genereren. Ze schreef immers iedere dag. En als ze een dag niet schreef dan legde ze daarna meestal wel uit waarom. Dat was waar je als lezer naar uitkeek. Misschien dat ze morgen dan toch die ene onthulling zou doen of zou vertellen wie ze werkelijk was. We lazen kortom als ezels die achter een wortel aanlopen.
Het weblog dreef op de kracht van het feuilleton en de boekvorm had die magie ontnomen. Hier was geen morgen meer maar een afgerond geheel zonder enige vorm plot. De spanningsboog was verdwenen.
Dat verklaart de kater maar niet alles. Want waarom werd een stijl die online de hemel in was geprezen, op papier plotseling gedefinieerd als gewauwel?
Het ligt voor de hand om te zeggen dat het een kwestie van kritisch vermogen is. In de gewone harde werkelijkheid ligt de lat nu eenmaal wat hoger dan in de gedroomde wereld van het internet. Maar we hebben het hier over dezelfde critici. Online vond ik het zelf geweldig, op papier beschamend slecht.
Het deed me denken aan de werken van de Kunstfabriek, een Amsterdams bedrijf waar mensen op bestelling kunstwerken kunnen laten vervaardigen door ambachtslieden in China, Rusland of ergens anders ver weg.
Die schilderijen worden meestal van foto’s gemaakt en het resultaat laat zich raden. De foto is altijd beter. De foto is een misschien rauwe en oneffen registratie van de werkelijkheid, het schilderij is een bij voorbaat mislukte poging daar iets moois van te maken, iets aan te voegen. Zonder dat er een kunstenaar aan te pas komt die daar een eigen ziel in legt, kan dat niet. Wat rest is een geschilderde foto uit China.
De bijdragen in het weblog van Belle de Jour waren een soort geschreven foto’s, kiekjes uit een leven dat vrijwel niemand kent maar waar velen nieuwsgierig naar zijn. Tenminste als het zo opgeschreven wordt als zij dat deed. Prikkelend, suggestief, onderkoeld. Het boek van Belle de Jour daarentegen was als een schilderij van zo’n snapshot. Pijnlijk kitscherig.
Toen George Eastman in de negentiende eeuw de Kodak camera introduceerde was niet zijn grootste probleem dat mensen niet konden fotograferen maar dat het publiek geen flauw benul had wat er dan gefotografeerd moest worden. Eastman bedacht daarop het fotoalbum en veel belangrijker: het Kodak-moment, de belangrijke of vrolijke gebeurtenis die het verdient als herinnering gekoesterd te worden. Dat betekende een radicale ommekeer in de manier waarop we tegen het leven aankijken. Pak een willekeurig foto-album en je ziet een leven vol Kodak-momenten. Dat is de manier waarop we sinds de uitvinding van de fotografie ons leven het liefste inrichten.
Internet kampte tot voor kort met hetzelfde probleem als de fotografie ruim honderd jaar geleden. Je kon wel een site of homepage beginnen maar wat moest je daar dan op zetten? Het weblog bood uitkomst als een soort digitale Kodak Box: iedere dag een stukje of liefst meerdere. Korte geschreven snapshots over het eigen bestaan, belevenissen, opinies of natuurlijk andere weblogs die kinderlijk eenvoudig online kunnen worden gezet. Weblogs zijn kortom geschreven fotoalbums.
Ik maak die vergelijking niet om het fenomeen weg te zetten als een trivialiteit maar om een ontwikkeling te schetsen.
Toen de digitale revolutie losbarstte werd van veel het einde voorspeld en het papieren boek was er een van. Ik heb hele middagen serieus met verstandige mensen uit de boekenwereld om de tafel gezeten om ze duidelijk te maken dat e-books niet werken, dat niemand die leest. Niet dat dat hielp natuurlijk. De ene helft van de tafelgenoten keek angstig uit de ogen als konijnen gevangen in het licht, terwijl bij de andere helft de goudkoorts in de ogen glinsterden. Zij waren zo vastbesloten hun geld over de balk te smijten in een poging onmetelijk fortuin te vergaren dat niemand ze kon weerhouden.
Van de meeste van die voorspellingen is niets terecht gekomen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen ontwikkeling is. Steeds meer mensen lezen en schrijven op internet. Wat ze daar doen is misschien triviaal maar het wordt wel steeds meer onderdeel van het dagelijks leven. En ook al zou dat niets met schrijven of literatuur te maken hebben dan nog zou het invloed hebben.
De tijd die je besteedt aan het lezen van een scherm kun je immers niet meer besteden aan het lezen van een boek.
En ja, het is een omgeving die zich slecht verhoudt tot de eisen van de literatuur. Langdurige aandacht van de lezer of schrijver komt er amper voor. “Ze hebben het concentratievermogen van een sprinkhaan,” zei Stephen King na een mislukt project om in eigen beheer een online thriller uit te geven. Alles draait om korte, snelle gedachten of observaties. Van de grote ideeën die in boeken werden gegoten of geboren, zijn vaak slechts de snippers terug te vinden.
Maar precies diezelfde kritiek gaat ook op voor de fotografie. Al sinds de uitvinding van de fotografie wordt er een discussie gevoerd of deze tot de beeldende kunst moet worden gerekend. Iedere keer als het pleit beslecht lijkt, is er wel weer iemand, zoals recent nog de schrijver/journalist Hans den Hartog Jager die fotografen bestempelt tot niets meer dan luie schilders.
Ondertussen oordeelt het publiek anders en wint de fotografie in de beeldende kunst steeds meer terrein.
Zie daar de parallel met internet. Natuurlijk zijn de teksten op internet niet te vergelijken met de rijkheid van boeken. Maar ze worden wel steeds vaker gelezen en het moet wel heel erg raar lopen als uit die immense productie van de waan van de dag niet een nieuwe vorm van kunst opdampt. Een vorm die wel raad weet met de beperkingen en nieuwe mogelijkheden en zich niet wil spiegelen aan klassieken maar een eigen weg kiest. De erkenning daarvan kan net zoals met de fotografie tientallen jaren op zich laten wachten maar dat doet aan de onvermijdelijkheid niets af.
Ik geef toe, ik heb zelden goede literatuur op internet gelezen maar ik wil u wel dit meegeven: het laatste kunstwerk dat ik aanschafte was van de Duitse kunstenaar Tim Trantenroth. Hij maakt schilderijen van actuele gebeurtenissen en fotografeert die vervolgens midden op straat. Zo verheft hij de waan van de dag tot kunst. Dat blijkt verbluffend goed te werken.
Ik weet inmiddels uit ervaring dat u in staat bent te leren van fouten en vooral ook pragmatisch omgaat met de aanwezige mogelijkheden. Een herhaling van vorig jaar heeft u weten te voorkomen door de uitreiking van de prijs naar de maandagavond te verplaatsen. Wij hebben immers uitzending op dinsdagavond. Met zo’n houding moet de digitalisering van literatuur ook een fluitje van een cent zijn.
Francisco van Jole
2 mei 2005
Posted by fvjole at 03 mei 2005 08:59
