« Inzicht | Main | Blonde idealen »
22 februari 2006
Woordenterreur
'Bij jeugdterreur avondklok' schreef de Volkskrant vandaag en de schrik sloeg me meteen om het hart. Niet vanwege de maatregel, niet vanwege de aanleding maar gewoon om de woorden zoals ze daar stonden: terreur, avondklok. Dat is het idioom van een staatsgreep, een burgeroorlog.
'Avondklok in Santiago', nou dan weet je wel hoe laat het is. Dan heeft een achterneef van Pinochet de macht gegrepen. Om over het woord terreur maar te zwijgen. Als ik dat woord hoor zie ik altijd de twee torens na elkaar ineen storten. Of dat beeld van die twee kantoormensen die elkaar de hand vasthouden terwijl ze naar beneden springen, hun wisse dood tegemoet.
Daar gaat het in dit geval allemaal niet om. Het gaat om ruiten ingooien begrijp ik uit het artikel. Dat is natuurlijk heel erg.
Maar als we aan die wandaad het vreselijke woord terreur geven hoe noemen we het dan als de terreur ooit echt ons land bereikt? Terreur kun je het dan niet meer noemen want dat hebben we nu al gekoppeld aan kapotte ruiten.
Terreuraanslag in Centrum Amsterdam.
En het eerste dat door je hoofd vliegt is de vraag: om hoeveel ruiten zou het gaan?
En dan avondklok. Dat roept het beeld op van zwaarbewapende patrouillerende militairen die iedereen neerschieten die zich na zeven uur buiten waagt. Het blijkt te gaan om kinderen die wegens misdragingen 's avonds niet meer op straat mogen komen.
Ik heb een deel van mijn jeugd doorgebracht in de wat ruigere gedeelten van Rotterdam. Met jongens die soms niets liever deden dan ruiten ingooien of argeloze voorbijgangers in elkaar slaan. Voor dat laatste gebruikten ze kleine broertjes die de opdracht kregen iemand op straat tegen de schenen te schoppen. Als het slachtoffer een mep gaf doken zij op om hun broertje te 'beschermen'.
Zo baanden ze zich een weg door de woestijn van verveling die in het tienerbestaan iedere avond als een fata morgana opdoemt.
Ik heb ook in de sjiekste wijk van de stad op school gezeten, Hillegersberg. Daar was het niet veel anders en hielden mijn klasgenoten 's nachts al springend achtervolgingen over autodaken. Ze vonden het geluid van indeukend metaal zo mooi, meen ik me te herinneren.
Soms werden ze gepakt.
Op het politiebureau stond een aquarium met visjes, is me verteld. Heel veel visjes.
Tel ze maar, zei de agent. Dan kan je daarna naar huis.
En als hij weer terugkwam en er een getal werd genoemd luidde het antwoord steevast 'Nee, probeer maar opnieuw' en verdween hij weer achter een deur.
Zo gingen de uren voorbij.
Geen krant die toen kopte 'Dwangarbeid voor terroristen'.
Posted by fvjole at 22 februari 2006 09:28