« Van gedachten veranderen | Main | GWSS muziek »
27 mei 2006
Wok
Op de parkeerplaats zwerft al weken een wokpan rond. De ene keer ligt het stuk afgedankte huisraad op een stapel stenen, de andere keer half onder een auto. Kennelijk wordt de pan steeds door passanten opgepakt, bestudeerd en weer teruggelegd. Wat moet je immers met een wokpan van de straat? Met slijtageplekken in de teflonbodem. Hondenvoer in klaar maken?
Maar hoe komt de pan daar?
Het was zaterdagochtend rond een uur of negen en vanuit een venster op grote hoogte was te zien hoe beneden op de parkeerplaats tussen twee auto's een man en een vrouw een relatieruzieballet uitvoerden. De dubbele beglazing hield ieder geluid tegen maar de lichaamstaal liet niets te raden over.
Zij zwaaide met haar armen om haar geschreeuwde woede extra kracht bij te zetten. Hij plantte zijn handen op zijn heupen en keek met het soort kalme blik waar de minachting aan alle kanten langsglipt.
In me borrelde onwillekeurig medelijden met haar op. Dit was wel erg hard.
Ze waren ergens halverwege de dertig en hier op deze wat rommelige met kinderkopjes geplaveide parkeerplaats werden hun levens definitief uit elkaar gescheurd. Hij reed in een zwarte Saab, zij in een mintgroene Suzuki. Duidelijk geen geval van brand dating.
Rond de auto's stond wat huisraad. Hij pakte een aftands wit terrastafeltje en manoeuvreerde het bij haar in de achterbak. Ze liet een spiegel uit haar handen vallen en stampte door de scherven.
Uit zijn auto haalde hij de wokpan tevoorschijn en plaatste die op de grond, op het stukje niemandsland tussen hun twee auto's. Hoeveel van hun gezamenlijke maaltijden zouden daar in klaargemaakt zijn?
Ze pakte de pan op, zwaaide er even mee door de lucht en gooide hem terzijde.
Schokkerig huilend kroop ze in de auto, stapte dan weer uit en stormde op hem af. Aan haar armen te zien wierp ze hem almaar verwijten toe. Wanhopige verwijten die geen doel meer raakten noch dienden.
Langzaam begon ik hem te begrijpen. Dat was geen minachting op zijn gezicht maar het besef van verlossing.
Hij gunde haar nog een laatste blik, bezinnend alsof er nog een weg terug was, stapte toen in en reed weg. Beheerst. Zou er al ergens een ander wachten, vroeg ik me af.
Zij wurmde zich terug in haar auto, pakte haar mobiele telefoon en begon te bellen. Met een blote hand veegde ze haar tranen af en klapte de zonneklep naar beneden om al pratend in het spiegeltje haar eigen verdriet te inspecteren.
De achterklep van de Suzuki stond nog open. Twee tafelpoten staken in de lucht.
Ze was aan de kant gezet.
Als een versleten wok.
Posted by fvjole at 27 mei 2006 18:02