« Wachten op de Mattheus Passion in De Doelen | Main | Column uit de Leugen Regeert (klik om te kijken) »

21 maart 2008

Het einde van Godwin's Law

molen.jpgOnderstaand de tekst van een lezing die ik op 17 maart hield op het symposium 'Wilt u a.u.b. die narigheid onmiddelijk van Internet halen!' gehouden ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het Meldpunt Discriminatie Internet.

Op internet geldt een mooie ongeschreven wet voor wat betreft discussieren en die luidt als volgt 'naar mate een discussie langer duurt, nadert de kans dat er een vergelijking wordt getrokken met Hitler of nazi's uiteindelijk 1'. Oftewel als je maar lang genoeg doorkletst komt er altijd wel iemand met een nazi-vergelijking op de proppen want dat is het ultieme referentiekader in een strijd tussen goed en kwaad. Dat is onontkoombaar. Terwijl niemand met een nazi vergeleken wil worden, afgezien van de nazi's zelf natuurlijk.

De wet heet Godwin's Law, is de internet-variant van Murphy's Law en ook een van de oudste wetten op internet. Deze werd al in 1990 bedacht door de Amerikaan Mike Godwin, een van de eerste juristen die zich met internet begon te bemoeien.
De wet van Godwin was in 1994 aanleiding voor een conflict dat uiteindelijk leidde tot de oprichting van het Meldpunt Discriminatie Internet. In dat jaar was er een Rotterdammer, Rinus V., actief in De Digitale Stad in de discussie over de multiculturele samenleving. Hij greep de kans aan om wat we tegenwoordig zo mooi noemen 'zijn ongenoegen over andere culturen te uiten'. Dat was tekenend voor internet: de nieuwe communicatiemogelijkheid oefende een grote aantrekkingskracht uit op mensen die het ergens niet mee eens waren. Ze probeerden op internet het gelijk te halen dat ze in de rest van de wereld niet kregen.

De discussie rond Rinus V. paste precies in Godwin's Law. Het was een langlopende woordenwisseling en er kwamen nazi's aan te pas. Uiteindelijk plaatste hij in een discussie waarvan vermoedelijk niemand meer weet waar die om draaide de tekst van een nazi-lied online. De stichting Magenta en Nederland Bekent Kleur deden vervolgens aangifte tegen deze Rinus.
Dat leidde opnieuw tot heftige meningsverschillen. Tegenstanders van juridische actie vonden dat je elkaar met argumenten moest bestrijden. Of om het in internettermen te zeggen: slechte informatie bestrijdt je met goede informatie. Een voorbeeld daarvan was het Nizkor-project, waarin de holocaust wordt gedocumenteerd. Dat was tegenwicht voor neo-nazi's als Ernst Zundl die internet al meteen ontdekten als propagandamiddel.

Internet zou zoiets hebben als een zelfreinigend vermogen. Dat is een nobel principe maar de vraag is of het werkt. Bij geld bijvoorbeeld gaat de vlieger niet op. Zonder wettelijke maatregelen verdringt fout geld altijd goed geld. Of je moet wel heel eerlijke mensen hebben. Voor racisme geldt hetzelfde. Ja, natuurlijk je moet argumenten hebben tegen racisten maar met alleen argumenten ga je de strijd tegen die maatschappelijke ziekte nooit winnen. Of je moet wel heel aardige mensen hebben.

Wat er van die aangifte geworden is weet ik eerlijk gezegd niet, ik heb er nooit meer wat van vernomen. Van Rinus V. hoorde ik pas tien jaar later weer toen hij de drijvende kracht bleek achter de oprichting van een standbeeld voor Pim Fortuyn. Ik sluit niet uit dat zijn gedrevenheid daarin regelrecht is voortgekomen uit het conflict rond De Digitale Stad. Pim Fortuyn was immers degene die opkwam voor types als Rinus. Dat geluid werd gezien als de stem van het volk. Het standbeeld is er uiteindelijk ook gekomen, het is een van de weinige zaken die nog direct herinneren aan Pim Fortuyn al staat het op een pleintje in Rotterdam waar amper iemand komt. Een keer per jaar wordt een herdenking gehouden die ook al geen publiek trekt. Je kunt je afvragen of dat nu werkelijk de stem van het volk is geweest of dat internet alleen maar een zeer behulpzame megafoon was voor een kleine groep die zichzelf graag zo ziet. Zeggen wat je denkt, daar lijkt internet in ieder geval helemaal voor bedoeld.

Godwin's Law is dus bedacht door de Amerikaanse jurist Mike Godwin. Een man die het denken over internet als middel om te zeggen wat je denkt ook op een andere manier bepaald heeft. Hij trad op namens de burgerrechtenorganisaties die in 1996 de beruchte Amerikaanse Communications Decency Act via de rechter teruggedraaid kregen.

Deze door het Amerikaanse congres aangenomen wet had tot doel internet te onderwerpen aan de regels die gelden voor andere elektronische media als radio en televisie. Internet moest zogezegd gekuist te worden. Oftewel als je geen 'fuck' op televisie mag zeggen omdat het in strijd is met de goede zeden dan ook niet op internet.

Tegenstanders betoogden dat die benadering technisch onmogelijk was, praktisch onuitvoerbaar en inhoudelijk onwenselijk. De kant van Godwin won uiteindelijk de strijd, het Hooggerechtshof besloot dat de wet in strijd was met het grondwettelijke recht op de vrijheid van meningsuiting. Kort door de bocht genomen stelden de rechters dat internet weliswaar niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk grenzen overschrijdt maar dat de nadelen daarvan niet opwegen tegen de voordelen en dat internet daarom op dat gebied aan zo min mogelijk reglureing moe worden onderworpen.

De discussie die rond de wet plaatsvond is uiteindelijk bepalend gebleken voor de manier waarop gedacht wordt over internet en voor de invloed die dat denken op zijn beurt weer heeft op de maatschappij: Verbieden heeft geen zin en op internet mag meer dan bij andere media.

Laat me een voorbeeld geven. Voordat die wet door het Hooggerechtshof naar de prullenbak werd verwezen was er een Amerikaanse activist die met wat software de technische onwerkbaarheid ervan aantoonde. Iedereen die wel eens een tekstverwerker gebruikt snapt hoe deze zogeheten Exonizer werkt: zoek en vervang. De software verving met een druk op de knop automatisch alle verboden onkuise woorden op het scherm door de namen van Amerikaanse politici, daardoor was de tekst dan niet meer strafbaar. Of je moest die namen ook gaan verbieden. En met een simpele druk op de knop kon de tekst weer teruggezet worden. Zie dat maar eens te verbieden.

Dat zoek en vervang principe werkt nog steeds. Op het populaire weblog Geenstijl wordt die benadering vandaag de dag toegepast. Marokkanen worden er Finnen genoemd zodat er van alles over gezegd kan worden zonder dat het racistisch zou zijn.
Die methode werkt verbluffend goed. Ineens is er geen vuiltje meer aan delucht. Geenstijl is bijvoorbeeld door het ministerie van Defensie ingezet voor een wervingscampagne om meer personeel te krijgen. Op de site wordt ook geadverteerd door de Rijksoverheid en politici als Boris van der Ham en Harry van Bommel plaatsen er columns. En die columns staan dan tussen bijvoorbeeld peilingen waarin wordt voorgesteld om het woord allochtonen te vervangen door parasieten.

Een grapje natuurlijk, want de methode van het 'grapje' is nu eenmaal erg populair bij racisten en andere plaaggeesten. Maar je moet wel heel erg kortzichtig zijn om niet te zien wat er achter die grapjes schuilgaat: een onbelemmerde afkeer van allochtonen. Om dat te maskeren keert Geenstijl zich ook tegen traditioneel extreem-rechts: de neonazi's, de skinheads of de kaalkopjes zoals zij ze noemen. Het is een veilige strategie, niemand wil met nazi's geassocieerd worden. Ondertussen genereert Geenstijl elke dag een stroom aan de meest verwerpelijke reacties.

Kritiek daarop wordt en werd niet geduld. 'Blijf met je rotpoten van onze rotreaguurders' af, zeggen ze zelf. Het is een variant op de fameuze verzetskreet uit die in de Tweede Wereldoorlog werd gekalkt in Amsterdam: Blijf met je rotpoten van onze rotjoden af. Of ze die associatie zelf kennen weet ik niet. Godwin's Law werkt altijd.

Als Geenstijl op papier zou verschijnen zou het ondenkbaar zijn dat de overheid, of ieder andere weldenkende organisatie, er iets mee te maken zou willen hebben maar het is internet en dan geeft het dus kennelijk niet.

Hoewel dat laatste niet helemaal waar is. Voorheen stond Geenstijl hoog in de lijst van meest kwetsende sites in de overzichten van het Meldpunt Discriminatie maar de makers zijn met het commerciële succes ook wat voorzichtiger geworden. Tegenwoordig wordt al te racistische taal die de anonieme gebruikers achterlaten meteen al verwijderd. Het bedrijf achter Geenstijl, dat onderdeel uitmaakt van het Telegraaf-concern, probeert zo te voorkomen dat ze veroordeeld worden want dat zou hun reclameinkomsten kosten en dus financiële schade bezorgen.

Marktwerking als middel tegen racisme, wie had dat ooit gedacht? In Amerika kennen ze dat overigens al langer, daar heet dat politieke correctheid. Racistische taal is in de Verenigde Staten weliswaar niet wettelijk verboden maar geen serieus medium die het daar in zijn hoofd zal halen racistische opmerkingen te maken.

Het digitale neefje van de politieke correctheid is de anonimiteit. Dat is namelijk bij uitstek het middel om te voorkomen dat je geconfronteerd wordt met de gevolgen van je uitspraken in een maatschappij waar die uitlatingen niet geaccepteerd worden. En racisme is gedrag dat niet geaccepteerd wordt, of je moet het heel handig verpakken. Als internet niet de mogelijkheid had gehad van anonimiteit was racisme er een veel minder prangend probleem geweest.

Juist op dat gebied doet zich een interessante ontwikkeling voor. De internetgebruikers zijn langzaam maar zeker op hun eigen manier een einde aan het maken aan die anonimiteit met een ontwikkeling die sociale netwerken wordt genoemd. In Nederland is het bekendste voorbeeld daarvan Hyves.

Op zo'n sociaal netwerk heeft het geen zin anoniem te zijn want dan weet niemand je te vinden, het gaat er juist om dat mensen weten wie je bent en wat je doet. Liefst zoveel mogelijk. Of nou ja, zoveel als wenselijk is om met anderen goed contact te onderhouden. En dat leidt tot een opmerkelijke gedragsverandering. Mensen worden aardiger tegen elkaar. Het netwerk wordt niet meer gebruikt om het eigen gelijk te halen maar om elkaar te vinden en te begrijpen. Naargeestige opmerkingen horen daar niet bij.

Natuurlijk bant dat systeem racistische taal niet uit maar het kan wel tot een omkering leiden. In 1993 gingen met de beschikbaar stelling van internet de sluizen open. Racisme dat tot dan toe redelijk ingedamd kon worden met juridische middelen stroomde ineens alle kanten op en werd in bepaalde vormen maatschappelijk geaccepteerd. In het kader van zeggen wat je denkt werd er zelfs opgeroepen om de anti-racisme wetgeving af te schaffen.

Nu lijkt zich een tegenbeweging te ontvouwen. Er ontstaat meer behoefte aan sociaal gedrag en minder aan zich afzetten. Verdwijnt daarmee het racisme? Nee, natuurlijk niet. Maar het verliest daarmee wel z'n salonfähigkeit omdat omgangsvormen op internet ineens toch belangrijk aan het worden zijn.

En dat is precies waar anti-racisme om draait: Op een normale manier omgaan met elkaar.

Als dat lukt dan kan die Godwin's Law uiteindelijk ook nog eens in de prullenbak.

Francisco van Jole

17 maart 2007

CC-foto Laughing Squid

Posted by fvjole at 21 maart 2008 20:48